Bruid van Jezus

 

Joop legt uit dat de kerk de bruid van Jezus is en geeft ons een voorproefje op de trouwerij die gaat komen. 

 

Inleiding:

Op 16-2 heb ik gesproken over de kerk als één lichaam n.a.v. Rom. 12.

Dat de kerk geroepen is om God te aanbidden, namelijk Hem te eren in wat je doet, hoe je het doet en op de plaats waar God je gesteld heeft.

 

Vorige week sprak Arie over het einde van de wereld en het oordeel dat over de wereld komt. Maar vooral ook over Jezus’ plan om ons te bewaren voor het oordeel.

Bij Zijn eerste komst op aarde kwam Jezus niet om te oordelen, maar om het oordeel, de straf op onze Godsverlating op Zich te nemen en zo voor ons de weg vrij te maken om tot God te komen. Hij kwam om Zichzelf te laten zien als het Lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt.

Bij Zijn tweede komst, komt Hij niet als Lam van God, dat de zonde der wereld op Zich genomen heeft, maar om de eindoverwinning te bezegelen. Dan zullen de volken geoordeeld worden op grond van het Woord dat Hij gesproken heeft.

 

Vandaag spreken over het nieuwe volk dat God Zich door Jezus verworven heeft:

–       Onze huidige staat

–       De toekomst van de kerk

–       En de zekerheid dat we daarbij horen

 

Na Zijn Hemelvaart heeft Jezus de kerk op pad gezonden met dezelfde opdracht die Hij had: niet om te oordelen, of het oordeel aan te kondigen, maar om te laten zien dat God van de mensen houdt en daarom Zijn Zoon gegeven heeft.

Jezus noemt de kerk ‘het licht van de wereld’, een volk, geroepen om de grote daden Gods te verkondigen. In heel het N.T. beschrijft de Bijbel Gods volk in:

a.    Hoe het nu is en

b.    Het zijn zal.

 

De Bijbel is duidelijk: we worden niet Gods volk, we zijn het: eens niet Zijn volk, nu Gods volk…. Dat wij kinderen van God genoemd worden en we zijn het ook.

M.a.w. we zullen niet alleen in de toekomst herkend en erkend worden als Gods volk, we zijn het nu al.

 

We zijn een bruid die voorbereid wordt op haar toekomst: de vereniging met haar bruidegom. We hebben al de actuele status van ‘bruid’, maar de feitelijke huwelijksceremonie komt als Jezus terugkomt en Zijn volk als stralende bruid aan Zijn Vader presenteert.

 

Lezen: Efez. 5:22-32; Openb. 19:6-9; 21:9-14. (1 Thess. 5:23,24)

 

a.    Het volk van God

 

Onze status: we waren dood vanwege onze zonde; maar God heeft ons opgewekt en ons met Jezus een plaats in de hemelde gewesten gegeven.

M.a.w. we hadden niets aan te bieden (behalve onze zonden) en we konden niets bijdragen (want we waren dood). M.a.w. onze behoudenis is geheel en al Gods werk en initiatief.

Onze nieuwe status: we zijn nu een nieuw volk. Gods eigendom, een nieuw hart, een nieuwe geest. Alleen ons lichaam (fysiek, emoties, gevoel, denken etc.) zijn nog steeds onderworpen aan de gevolgen van de zondeval. Een strijd in mijn binnenste (Rom. 7:13-26). Daarom roept de Bijbel ons op om vernieuwd te worden in ons denken: m.a.w. het denken te adopteren dat past bij onze nieuwe status, nl. die van een nieuw volk. We moeten assimileren in het volk van God en geen vreemdelingen (bijwoners) blijven (zie Efez. 2:19). Integendeel, we zijn nu vreemdelingen geworden voor het volk waar we eerder bij hoorden (1 Petr. 2:11) (vgl. Hudson Taylor: China).

De bepalende factor in ons leven is nu niet langer ons eigen door de zonde besmet denken en voelen, maar de Heilige Geest (door de Geest de werkingen van het lichaam doden Rom. 8:13). Hoewel God ons in staat stelt om een nieuw leven te leiden door de Geest (vgl. 1 Joh. 3 en 5), blijft het toch nog onvolkomen (1 Cor. 13). We leven in een soort van twee werelden. Naarmate we dichter bij God leven, zullen we meer van Zijn zegeningen ontvangen, naarmate we meer leentjebuur spelen met de wereld, ontvangen we niets of minder (Jak. 4: Je hebt niets….).

Vandaar Paulus’ verlangen om deze ‘tent’ te verlaten (2 Kor. 5:1,4,8) en voor altijd met de Heer te zijn; dat is ons nieuwe Vaderland.

Omdat we kinderen van God zijn, ontvangen we ook Zijn erfenis. We zijn mede-erfgenamen van Christus. In Hem (in Jezus) delen we mee in alle Goddelijke zegeningen (Efez. 1:3-14). We worden niet slechts erfgenamen, we zijn het al, want we zijn kinderen van God (1 Joh. 3:1; vgl. ontvangen hebben Efez. 1:11).

Maar omdat het alles nog onvolkomen is, is ook het deelhebben aan en ontvangen van onze erfenis onvolkomen. Waardoor we nog steeds kampen met ziekte, zonde en uiteindelijk de lichamelijke dood.

 

b.    De toekomst van Gods volk

Er komt een einde aan deze ‘twee staten situatie’, als:

–       We sterven; dat betekent dat we ons aardse lichaam verlaten en bij de Here ‘onze intrek nemen’. Als mens als nieuwe schepping sterven we feitelijk niet (‘wie in Mij gelooft, zal leven, zelfs als is hij gestorven). Wat er gebeurt is, dat we ons oude, aan de zonde onderworpen lichaam, verlaten en tijdelijk bij de Here wonen (in de hemel noemen we dat). Maar dat is niet onze uiteindelijke bestemming: dat is als nieuw volk met elkaar leven op de nieuwe aarde, onder de nieuwe hemel, in de tegenwoordigheid van God.

–       Als Jezus terugkomt. In de Openbaring ziet Johannes de kerk als het ware uit de hemel neerdalen als een bruid voor haar man versierd. Dit is het ultieme feestmoment: de bruid (de kerk) wordt met haar Heer verenigt, zonder de slopende tussenkomst van de zonde, ons vlees, ziekte, ellende etc. Daarom staat er: er zal geen ziekte zijn, geen dood of rouw en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen. Dit is onze toekomst.

 

Wat Jezus Zijn Vader brengt op die ‘grote dag’, de dag van Zijn bruiloft, is een bruid, die Hij Zelf heeft geperfectioneerd om die zonder vlek of rimpel aan Zijn Vader te presenteren. Feitelijk heeft Hij Zich opgeofferd om door Zijn dood het menselijke geslacht weer terug te kopen voor God, zodat het oorspronkelijke plan van God om als Drie-enige Godheid (‘laat Ons mensen maken’) voor eeuwig met Zijn schepping te leven en daarvan te genieten, weer werkelijkheid wordt.

 

c.    De belofte

 

Dat brengt ons bij de belofte. Hoe weten wij zo zeker dat we deel zullen uitmaken van Gods nieuwe volk? Dat weten we omdat we dat nu al zijn: niets kan hen uit Mijn hand roven, is de belofte (Joh. 10:28).

Jezus heeft ons gekocht, we zijn Zijn eigendom en Hij laat niet opnieuw toe dat we geroofd worden uit Zijn bezit, zoals bij de zondeval.

De garantie daarvoor is niet onze christelijkheid, of onze goede daden, maar Jezus’ kruisdood en Opstanding, bezegeld door de Heilige Geest (Efez. 1:13,14).

 

God heeft het plan gehad om Zich uit het menselijk geslacht opnieuw een volk te verwerven. Hij ging op stap met Israël, maar dat bleef behelpen; het waren nog steeds slechte mensen die zich niet aan hun afspraken en beloftes hielden. De enige weg was, dat de mensen herschapen zouden worden. Maar daarvoor moest God ze eerst loskopen van hun rechtmatige eigenaar, satan, waaraan ze zich hadden overgeleverd. De losprijs daarvoor was Jezus, feitelijk God Zelf.

Efez. 5: 25-27: ‘Christus heeft zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet.’

 

Jezus heeft Zich een bruid verworven, en wat meer is, Hij perfectioneert haar ook, zodat ze voldoet aan Gods standaard. Het enige dat de bruid doet, is afstand nemen van haar vroegere leven en ‘echtgenoot’ (de zonde, het vlees, de wet) en zich toewijden aan haar nieuwe echtgenoot, die van haar een volledig nieuwe schepping zal maken: ‘zie Ik maak alle dingen nieuw’.

 

Komende woensdag start in de katholiek kerk de vastentijd (afsluiting Carnaval), een periode van bezinning voorafgaand aan het Paasfeest. Paasfeest is hét grote feest van de christelijke kerk: daar is de overwinning over zonde en dood behaald, niet in onze dagelijkse levenswandel van goed ons best doen.

 

Het is goed om ons te bezinnen op het lijden en sterven van Jezus (the Passion) niet als een soort van motivatie om daarna beter ons best te doen als christen, maar om vol ontzag te worden voor wat God ervoor over heeft gehad om ons vrij te kopen.

Daardoor zijn we nu al Gods volk geworden en delen we nu al in Zijn erfenis, maar hebben we het uitzicht op een volmaakte toekomst zonder alle dingen die ons nu voortdurend in de weg staan. En dat onverdiend en dat zonder dat we erom gevraagd hebben. Alleen omdat God dat wilde.

 

Slot:

 

Openbaring 21:1-5:

1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. 2 En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, neerdalend uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. 3 En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, 4 en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. 5 En Hij, die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.

 

De enige voorwaarde om bij dit nieuwe volk te horen en de ‘komende toorn te ontgaan’ (Luk. 3:7; 1 Tess. 1:10), is door te accepteren dat Jezus door Zijn dood je heeft vrijgekocht van dit ellendige bestaan en je een nieuwe identiteit heeft gegeven.

En dat door Zijn Opstaan uit de dood je deze erfenis in Hem ontvangen hebt. Een erfenis die volmaakt zal worden op de dag dat Jezus terugkomt.

 

Je moet dan wel bereid zijn, je eigen denken over wie God is, of Hij bestaat en waarom Hij doet wat Hij doet, los te laten en je simpelweg aan Zijn genade toevertrouwen.

Dan zal Hij je invoegen in Zijn volk.