De hoop die in ons leeft


 

Lezen: 2 Petrus 3: 8-13:

8 Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters: voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 9 De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat. 10 De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht. 11 Als dit allemaal op die manier te gronde gaat, hoe heilig en vroom moet u dan niet leven, 12 u die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan bespoedigt! Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten vlam en smelten weg. 13 Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. 

Micha 4:1-5:

1 Het zal gebeuren in de laatste dagen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Volken zullen daar samenstromen, 2 machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER. 3 Hij zal rechtspreken tussen machtige volken, over grote en verre naties een oordeel vellen. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is. 4 Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt, want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken. 5 Laat andere volken hun eigen goden volgen – wij vertrouwen op de naam van de HEER, onze God, voor eeuwig en altijd.

 

Inleiding:

Deze beide gedeeltes spreken over de ‘laatste dagen’, ook wel de ‘eindtijd’ genoemd. Vanuit de Bijbel gaat dit over de periode die begon met de Opstanding van Jezus uit de dood en zal eindigen wanneer Hij terugkomt op zo’n wijze dat iedereen het zal merken.

Jezus’ eerste komst was in de anonimiteit; Hij was naar de aarde gezonden om mens te worden, om op die wijze boete te doen voor de afwijzing van God door de mensen die begon bij de eerste zonde van de eerste mensen. Gods plan was om de relatie met de mens voor eeuwig te herstellen. Maar geen mens was in staat dat te kunnen doen. Daarom zocht God de oplossing bij Zichzelf. In de persoon van Jezus kwam Hij naar de aarde, om door Jezus’ sterven de barrière tussen God en mens weg te nemen (het voorhangsel dat de mens van God scheidde scheurde middendoor van bovenaf!). En door weer op te staan als levende mens gaf Hij ons de mogelijkheid om voor eeuwig als levende mens met God te leven, als we geloven dat Jezus onze plaatsvervanger is.

Aan het eind van deze tijd komt Jezus terug, niet langer anoniem (‘elk oog zal Hem zien’, Openb. 1:7), maar als komende Koning om recht te spreken, om scheiding te brengen tussen licht en duister en om Gods heerschappij te herstellen. Dat zal een tijd zijn van aanname en verwerping: aanname van diegenen die hun vertrouwen op Jezus hebben gesteld en verwerping van diegenen die Hem niet nodig dachten te hebben.

 

De hoop van de christen

Dit is waarvoor christenen leven. Geen gebeurtenis in het leven is zo belangrijk als het moment waarop ze Jezus de heerschappij over hun leven gaven. En het moment waarop Jezus terugkomt om een einde te maken aan alle ongerechtigheid op aarde.

Daar zien we naar uit, wij leven in de verwachting van die dag waarop Jezus zichtbaar weerkomt en alles herstelt naar Gods wil:

Jesaja zegt over Hem:

Hij ademt ontzag voor de HEER; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. 4 Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. 5 Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen. 6 Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. 7 Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. 8 Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang. 9 Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg. Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.  (Jesaja 11: 3-9).

 

Wat wordt hersteld?

  1. Gerechtigheid. Petrus zegt: ‘waar gerechtigheid woont’.
    Zoals onrecht, geweld, leugen etc. het kenmerk van het rijk van Gods tegenstander is, is ‘gerechtigheid’ het kenmerk van God. Allereerst zijn we door Jezus gerechtvaardigd van ons oude leven, m.a.w. God ziet ons weer als nieuw en schoon, maar daarnaast krijgen we deel aan het leven van God: Zijn karakter wordt de maatstaf: eerlijkheid, goedheid, vrede, trouw, waarheid, recht etc.
    Zoals de aarde nu nog het onrecht ademt, zal het dan gerechtigheid ademen. Nu al is de kerk de plaats waar langzamerhand dit karakter van God zichtbaar wordt.
  2. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde met nieuwe mensen.
    God vernietigt niet wat Hij gemaakt heeft, maar Hij vernieuwt het: Zie, Ik maak alle dingen nieuw (Openb. 21:5). Zoals Jezus in een nieuw leven opstond, zullen wij bij Zijn terugkeer ook een nieuw leven krijgen (vrij van ziekte, zonde, tekorten etc.). Op dezelfde wijze zal ook de hemel en de aarde vernieuwd worden. Niet alleen voor het oog, de buitenkant, maar ook qua wezen: de effecten van de zondeval zullen tenietgedaan worden.
    Dat bedoelt Jesaja als hij zegt dat een wolf en een lam samen neerliggen. Hun aard is veranderd!
  3. Het vergankelijke maakt plaats voor het onvergankelijke:
    Rom. 8:18-21: 18 Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. 19 De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. 20 Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, 21 omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.
    En ook 1 Kor. 15:42: Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid.
    Zo zinloos als het leven voor mensen zonder hoop is (je wordt geboren, leeft een poos en sterft weer), zo zinvol is het voor christenen: wij leven toe naar de climax om als volledig vernieuwde mensen voor eeuwig het leven te leiden dat God bedoeld heeft.
  4. In de eeuwigheid is er geen dood meer: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’  Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’… (Openb. 21:3-5).
    Je voelt je als een kind dat er niet aan denkt dat er ooit een einde aan zijn leven komt.

 

Nu al én nog niet…..

Het probleem voor veel mensen is dat ze dit allemaal niet goed begrijpen. Ook omdat het in de Bijbel allemaal wat ingewikkeld lijkt. Maar als we kijken vanuit Gods perspectief ziet het er veel helderder uit. Al ‘voor de grondlegging der wereld’ heeft Hij ons gekend. M.a.w. God had de hele wereldgeschiedenis al overzien en al Zijn voorbereidingen getroffen. Dit begrijpen we niet, dit kunnen we slechts accepteren. Daarmee raken we onder de indruk van Gods grootheid.

Vanaf het moment waarop het mis ging (in de hof van Eden) had God Zijn reddingsplan al klaar: ‘het zal jou de kop vermorzelen’ (Gen. 3:15).

En in Zijn oneindige wijsheid heeft God een volk gecreëerd (Israël) van waaruit Hij Zijn reddingsplan begon (het heil is uit de Joden). Daarom zegt Micha 4: ‘vanuit Sion klinkt Zijn onderricht’. Daar is het begonnen, in Israël, ‘waar God woont’. Maar God woont niet in een huis, zegt de Bijbel, maar heeft Zichzelf een woonplaats gemaakt in elke persoon die Hem binnenlaat. Zijn woonplaats is het nieuwe volk van God, de kerk. En de kerk draagt nu al het ‘zegel van God’: ze willen Hem behagen, zoeken wat Hij wil, hebben steeds meer Zijn karakter en beïnvloeden de wereld met Gods liefde.

 

Maar het is er toch ook nog niet: er is nog steeds onrecht om ons heen. En zelfs wijzelf verlangen naar een betere tijd, zoals Paulus zegt:

Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23 En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24 In deze hoop zijn we gered. (Rom. 8:22,23).

 

M.a.w. hoewel we al ‘in de geest’ genieten van het leven met God, zijn we in ons natuurlijk leven nog steeds onderworpen aan het verderf in de wereld. Daarom worden ook christenen ziek en gaan ze vroegtijdig dood.

Echter, wij leven in hoop: ‘Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.’(2 Petr. 3).

Wij weten door geloof dat we eens met Hem voor eeuwig zullen voortleven.

 

Wat betekent dat voor nu?

Leidt dit niet tot een soort wereldmijding?

Geenszins. Petrus legt uit dat we het ‘aanbreken van de dag van God bespoedigen’.

Door de manier waarop wij leven, door het licht van het Koninkrijk te laten zien, door mensen te vertellen van onze hoop en door invloed uit te oefenen in onze omgeving.

We zijn nu bezig om het leven van God uit te leven in de wereld, beperkt, dat wel, maar met de verwachting dat we eenmaal voor eeuwig met Hem zullen zijn, samen met degenen die ook de keus voor Jezus hebben gemaakt.

 

Het centrale punt van waaruit de komst van Jezus bespoedigt gaat worden, is de kerk. Door het getuigenis van de kerk wereldwijd zullen mensen zien en ervaren dat Jezus de komende Koning is.

Matth. 24:14 zegt dat het evangelie van het Koninkrijk in de hele wereld gepredikt zal worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde gekomen zijn.

 

De Bijbel spreekt over twee belangrijke zaken m.b.t. de terugkeer van Jezus:

  • Een aan God gewijd (=heilig) leven. Dat betekent een leven waarin ons denken en doen bepaald wordt door wat God wil;
  • Getuigen te zijn van de hoop die oin ons leeft, daar waar we leven en overal.

 

Dat drijft ons om aan een gezonde kerk te werken, om gelovigen te maken tot discipelen (leerlingen) van Jezus en om waar mogelijk nieuwe kerken te planten.

Opdat het leven van God nu al zichtbaar wordt en invloed heeft, maar uiteindelijk zal uitmonden in een nieuw, eeuwig leven op een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

Dat is ons vooruitzicht!