Zoek eerst het Koninkrijk van God

Arie legt uit waarom we mensen dopen.

 

Graag wil ik lezen Mattheus 5:1 – 7:29 – we noemen dat wel de Bergrede. Dat is echter wat lang. Dus in ieder geval van harte aanbevolen dat thuis te lezen.

Lezen Mattheus 4: 23 – 5:2

23  Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.

24  Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Syrië. Allen die ergens aan leden en die gekweld werden door een ziekte of door pijn, en ook bezetenen en maanzieken en verlamden werden bij hem gebracht, en hij genas hen.

25  En grote groepen mensen volgden hem, uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.

1  Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

2  Hij nam het woord en onderrichtte hen:

Wie is Jezus?

Ergens rond (wat we nu noemen) het begin van onze jaartelling leefde er een man genaamd Jezus.

Hij leeft in het toenmalige Israël en verzamelt een kleinere groep vrienden om zich heen, twaalf om precies te zijn. En Hij reist rond in de gebieden Galilea, Dekapolis en Judea, en in en rondom de stad Jeruzalem.

 

We komen als christenen bij elkaar omdat we geloven dat God leeft en Zijn Zoon gezonden heeft, deze man: Jezus Christus.

We geloven dat Hij de Zoon van God is en dat Hij gekomen is om Gods gerechtigheid te vervullen. Gods Koninkrijk zichtbaar te maken op deze aarde en mensen, door de zonde en ongerechtigheden gescheiden van Zijn Vader – God-  weer bij God te brengen.

En dit geloven we op grond van de Bijbel, Gods Woord en op grond van Gods Geest die dat aan ons, ieder persoonlijk bevestigd.

Als je niet bekend bent met deze terminologie klinkt het allemaal vast wat cryptisch en vaag. God die een Zoon heeft, en de Geest van God die maakt dat we iets zeker weten…

 

Niet iedereen gelooft dat.

Er zijn mensen die helemaal niet geloven dat er een God bestaat, en dus ook niet geloven dat Hij een Zoon heeft.

Er zijn mensen die niet geloven dat Jezus echt geleefd heeft. Iedere serieuze historicus echter, iedereen die enigszins serieus de wereldgeschiedenis bestudeert weet echter dat Jezus heeft bestaan. Dat kan niemand meer in twijfel trekken. Genoeg zowel Bijbelse als buiten Bijbelse bewijzen voor het bestaan van een man, levend in Israël rondom onze jaartelling die Jezus van Nazareth heet en ook wel Jezus Christus wordt genoemd.

 

Voor heel veel mensen is deze Jezus echter niet meer dan een gewoon man, waar je geen aandacht aan hoeft te besteden, of op zijn hoogst een man die rebelleert tegen de heersende klasse en een soort socialisme, zo je wilt communisme predikt. Of sommigen vinden hem alleen een wijs man is, hij heeft wijze woorden gespoken, een man met zeer veel wijsheid zoals vele andere mensen in de loop der geschiedenis.

 

Vaak worden dan de woorden die Hij in  toespraak die op het gedeelte dat we net hebben gelezen volgt, het onderwijs aan zijn vrienden, zijn volgelingen/leerlingen, aangemerkt als de kern van Zijn ‘leer’. Het zijn wijze woorden.

In eerste instantie bedoelt voor Zijn volgelingen.

De toespraak

Wat vertelt hij zoal…:

Hij geeft een beschrijving van een nieuw leven. Een leven zoals God dat bedoeld heeft waarbij hij telkens de nadruk legt de innerlijke motivatie van de mens, wat zich vervolgens uit in gedrag.

De mens, door de zonde corrupt geworden kan niet anders meer dan verkeerd leven. En dan komt Jezus met een beschrijving van leven dat totaal anders is – maar wat God voor ogen heeft. En hoe bereik je dat.

 

Hij verklaart mensen die nederig van hart zijn gelukkig, en zegt dat het Koninkrijk van de hemel voor hen is.

Treurenden zullen worden getroost, zachtmoedigen zullen het land beërven en wie oprecht verlangen naar gerechtigheid zullen dat krijgen. Gelukkig zijn zij allen.

Barmhartigen zullen barmhartigheid ontvangen en wie zuiver van hart zijn zullen zelfs God zien.

Gelukkig zijn ook de vredestichters, ze zullen kinderen van God genoemd worden, en zelfs als je vanwege d gerechtigheid vervolgd wordt ben je gelukkig want het koninkrijk van God is voor jou.

 

Telkens verklaart hij je gelukkig –nu- en vertelt hij je je toekomst: beërven van het land, God zien, het Koninkrijk der hemelen binnen gaan.

 

Dit alles zegt hij tegen zijn discipelen, zijn leerlingen. En de rest van de wereld luistert (nu: leest) mee.

Hij zegt:

13  Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.

14  Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.

15  Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is.

16  Laat zo je licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

 

Jezus geeft aan dat Zijn volgelingen het zout van de aarde en het licht van de wereld zijn. Ze zijn van betekenis. Nu! En, het effect zal zijn dat de mensen de Vader in de hemel eer bewijzen.

 

En vervolgens geeft Jezus veel aanwijzingen die duidelijk maken dat het niet om uiterlijke gedragingen gaat maar om hart. Hij zegt :

–          “Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.”

 

Een paar voorbeelden:

–          Bidden – geen omhaal van woorden – in je ‘binnenkamer’

–          Geven – niet om eer te verkrijgen – laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet

–          Overspel – begerig naar een andere vrouw kijken – overspel in je hart

–          Vergevingsgezindheid – Hoe zou God anders jou vergeven

–          Als er iets tussen jou en en ander is – maak het in orde  hou je niet vroom.

–          De Balk en de splinter – hypocrisie ten top

 

Hoe bereik je het zo te leven?

 

Telkens gaat het om de motivatie van het hart, om de kern van het leven. Niet om uiterlijke gedragingen voor de vorm, maar om veranderd gedrag als gevolg van een veranderd hart. Voor wie leef je, waar is je hart?.

 

Ook zegt Hij maak je toch geen zorgen, geen zorgen wat je zult eten, waarmee je je zult kleden… waar het om gaat is dat je de juiste prioriteiten stelt. Jezus zegt:

Mattheus 6:33

33  Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid,

De wet

Nu moet je weten dat voor het volk Israël Het woord van God: de Wet en de Profeten de belangrijkste richtlijnen zijn voor het leven. Als je je niet aan de Wet houdt zul je niet het Koninkrijk binnen kunnen gaan en zul je zeker sterven: Doe de wet en Leef!

Maar wie kan dat voor de volle 100%?

 

De wet en de Profeten staan vol met richtlijnen voor het leven en geboden. Geeft Jezus zijn volgelingen nu een hele nieuwe set geboden en mag men de Wet en de Profeten dus vergeten? Geeft Hij als Zoon van God nu een nieuwe wet?

Nee zegt Hij:

17  Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.

18  Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.

En:

Mattheus 6:33

33  Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid,

 

Waar is dan dat Koninkrijk van God?

En wat is dan gerechtigheid?

Dat is wat wij als mensen allemaal vinden: dat wanneer iemand onrecht doet Hij daar van de consequenties moet dragen, de straf om het weer goed te maken moet krijgen. We hebben allemaal ergens dat rechtvaardigheidsgevoel. “Gerechtigheid moet geschieden”.

Gerechtigheid

God is een heilig en rechtvaardig God. Bij hem kan ongerechtigheid niet bestaan. Zonde, en zondige mensen ook, verteren als in vuur voor Zijn aangezicht. Voor die Heilige God 100% rechtvaardige God zal niemand van ons stand kunnen houden. Want wij allemaal hebben gezondigd en zullen dus de heerlijkheid en de nabijheid van God moeten missen. (Romeinen 3:23)

Gerechtigheid is dat je gestraft wordt – in ons geval, door te zondigen tegen de Allerhoogste, de dood verdient.

En dat is wat Jezus voor jouw heeft gedaan: de gerechtigheid van God laten zegevieren, door voor onze zonden te sterven terwijl Hij zondeloos was. God zelf heeft Zijn Zoon gegeven zodat Hij zou sterven opdat wij zouden leven, Hij stierf in onze plaats. Wij mogen nu zondeloos naar de Vader – met reine handen en een rein hart. Onverdiend! Dat is nou genade, dat je niet zult sterven maar dat je Leeft!

We zijn wat de Bijbel noemt gerechtvaardigd om bij God te komen, in eeuwig leven – in Zijn Koninkrijk.

Feitelijk worden we teruggeplaatst naar de staat van mens-zijn zoals God het heeft bedoeld. (Gebaar Rechtvaardiging) (Romeinen 3:24)

Met Jezus sterven wij en met Hem staan wij op in een nieuw leven. Dat symboliseert ook de doop. Iedereen die dat gelooft zal leven.

Jezus heeft de wet dus niet afgeschaft maar vervuld. Het is daarmee niet meer Doe de wet en Leef maar Leef en doe de wet.

Dat is Genade én Gerechtigheid

Het Koninkrijk van God

Ook wel het Koninkrijk van de hemelen genoemd.

Wanneer wij denken aan Koninkrijken denken we over het algemeen aan landen, geografische gebieden. Het gebaar voor ‘Rijk’ is bijvoorbeeld dan ook Rijk. Als we spreken over het Koninkrijk van God spreken we niet over een geografisch gebied. Waar zouden jullie het Koninkrijk van God situeren? West-Europa? Ongerepte natuurgebieden in Zuid Amerika of Nieuw-Zeeland?

Het Koninkrijk van God gaat over Zijn heerschappij. Daar waar Hij regeert. Het gebaar is dan ook Koninkrijk van God (Regering van God)

 

Waar regeert Hij?

Daar waar zijn volk is – in jouw hart.

De heerschappij van God is dus niet een geografische plaats maar een ‘zijn in gehoorzaamheid’, een voortdurende prioritering in je leven: wat stel je op de eerste plaats: Gods wil.  Dit is niet goedkoop – in de zin van ‘dat doen we wel even’

Citaat:

Het Koninkrijk van God vraagt om een directe, dringende beslissing. Wanneer de oproep tot je komt kun je er niet mee schipperen. Je denkt misschien: ik moet eerst mijn leven nog leven. Eerst heb ik nog een carrière te doorlopen. Ik heb nog belangrijke plannen voor de toekomst die ik uit wil voeren. Ik heb nog allerlei verplichtingen waaraan ik moet voldoen. NEE!

Jezus zegt: neem direct een besluit, resoluut en onbeperkt

G.E.Ladd,

The Gospel of the Kingdom

 

Wanneer Jezus dan ook zegt Zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn Gerechtigheid gaat het daadwerkelijk om een nieuw leven waarin niet meer ik de heerschappij voer maar God. Dat niet meer mijn dingen of ikzelf op de eerste plaats sta maar Hij, en wat Hij wil. Op alle gebieden van mijn leven:

  Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid

En dat is altijd beter, ook voor mij, en mijn omgeving, en deze wereld.

In Zijn toespraak is Hij er duidelijk over, en leert Hij het ons zelfs bidden:

Mattheus 6:9-10

9  Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,

10  laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.

Jezus’ doop

Voordat Jezus zijn onderwijs begon had Hij zich laten dopen. 

Johannes de Doper wilde Hem eerst niet dopen – de Zoon van God die de zonden der wereld zou wegnemen..

Mattheus 2:15-3:1

15  Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in.

16  Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde.

17  En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’

1  Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden.

Na de beproeving (overigens zegt Petrus verbaas je niet als jij ook door moeilijke tijden heen zult gaan) wordt Jezus door de Geest in de woestijn geleid om op de proef gesteld te worden door satan. En telkens laat Jezus zien de wil van de Vader te doen. Zijn Koninkrijk te laten prevaleren in welke verleiding dan ook. En als Hij daarna in de openbaarheid treedt begint Hij zijn werk met de woorden:

Mattheus 4:17 

17  ….: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

De dopelingen

Dat is ook wat de dopelingen hebben ontdekt. Dat is wat God hen heeft gegeven, een nieuw leven door het werk van die Jezus Christus. Hij heeft aan de Gerechtigheid van God voldaan en daarmee de wet vervuld.

Werkelijk een nieuw leven, een nieuw hart: ze zijn een nieuwe schepping. (2 Corinthiers 5:17)

 

Het betekent dat de focus is verlegd “ik” naar God, van je eigen kleine belangenwereld naar Gods Koninkrijk, naar Zijn prioriteit. En dat heeft gevolgen voor alles aspecten van dat leven. En dat is goed voor jou en goed voor de wereld waarin we leven.

Bij sommigen is dat radicaal, bij sommigen is dat een groeiende bewustwording.

 

Voorbeeld van mij zelf: Christelijk opgegroeid, altijd geweten dat God bestaat en ergens in mijn studenten tijd heeft God, via gebeurtenissen en vrienden zichzelf laten zien. Laten weten dat ik gewoon Hem kon volgen. En ik heb me dan ook, na nog weer een hele poos lopen denken en met iedereen praten laten dopen in gehoorzaamheid aan Gods woord.

En ook de dopelingen vandaag willen in gehoorzaamheid aan Jezus woorden en Zijn voorbeeld zich laten dopen. Ze zijn een nieuw leven begonnen op grond van het sterven en de opstanding van Jezus Christus. Elke dopeling met een eigen achtergrond, een eigen verhaal, maar elke dopeling met de bewuste keuze: Ik wil Jezus volgen. En voor elk van het beiden geldt, net als voor iedereen: zoek eerst het Koninkrijk van God, en Zijn gerechtigheid…

Al het andere komt dan wel….

Amen

 

Matteüs 5-7

Bergrede

5

1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:
3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
4 Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
5 Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
7 Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
9 Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.
13 Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
14 Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 16 Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.
17 Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. 18 Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. 19 Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan. 20 Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.
21 Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.” 22 En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.23 Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, 24 laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. 25 Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet. 26 Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.
27 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” 28 En ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. 29 Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt. 30 En als je rechterhand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam naar de Gehenna gaat.
31 Er werd gezegd: “Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven.” 32 En ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot, drijft haar tot overspel – tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel.
33 Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.” 34 En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, 35 noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; 36 zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. 37 Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.
38 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” 39 En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren. 40 Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af. 41 En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op. 42 Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.
43 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” 44 En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, 45 alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? 47 En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? 48 Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

6

1 Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet. 2 Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. 3 Maar als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. 4 Zo blijft je aalmoes in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.

5 En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. 6 Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
7 Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. 8 Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen. 9 Bid daarom als volgt:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
10 laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
11 Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
12 Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven
wie ons iets schuldig was.
13 En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
14 Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. 15 Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.
16 Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. 17 Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, 18 zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
19 Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. 20 Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. 21 Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
22 Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. 23 Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!
24 Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon. 25 Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? 26 Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? 27 Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen? 28 En wat maken jullie je zorgen over kleding? Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. 29 Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.
 

7

1 Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. 2 Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. 3 Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? 4 Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter uit je oog verwijderen,” zolang je nog een balk in je eigen oog hebt? 5 Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.

6 Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.
7 Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. 8 Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. 9 Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven? 10 Of een slang, als het om een vis vraagt? 11 Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen.
12 Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.
13 Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. 14 Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.
15 Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels? 17 Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan. 19 Elke boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo kunnen jullie hen dus aan hun vruchten herkennen.
21 Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. 22 Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”23 En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!”
24 Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. 25 Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. 26 En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. 27 Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’
28 Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, 29 want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.