Grasicm in plaats van racism

Teun gaat verder in de serie over Gracism en gaat in op racisme.

Deel II van serie Gracism

We doen deze serie omdat we geloven dat God ons wil uitdagen. De kerk die God voor ogen heeft is een veelkleurige diverse kerk, waar alle culturen, kleuren, klassen en leeftijden vertegenwoordigd zijn. Zover zijn we hier in Groningen nog niet. We bestaan overwegend uit witte, hoger opgeleide, mensen met gezinnen. Dat is niet de diversiteit die God voor ogen heeft en het is zeker niet de veelkleurigheid die God hier in de wereld vertegenwoordigd. God wil ons uitdagen en veranderen om te leven naar Zijn wil.

Wat ons in de weg staat zijn onze vooroordelen naar andere mensen. Vooroordelen waardoor we anderen uitsluiten.

Wat ik vandaag ga vertellen gaat erover hoe God omziet naar een enkeling alleen op basis van kleur, klasse, herkomst en diegene met extra genade behandeld, uit liefde voor alle mensen. God wil ons leren hoe ook wij dat kunnen doen.

De term voor deze houding is ‘Gracism’.

Gracism is het bijbelse antwoord op racisme en vooroordelen. Hoewel de term ‘gracism’ niet voorkomt in de bijbel zien we God heel bewust mensen met extra genade behandelen op basis van hun herkomst, klasse, cultuur.

Vorige week hoorden we Emmanuel vertellen dat iedereen last heeft van vooroordelen. We hebben allemaal vooroordelen ten opzichte van mensen op basis van hun uiterlijk, klasse, cultuur etc.

  • Racisme en vooroordelen zijn een probleem van het hart (zonde) en niet een probleem van huidskleur. Met dit probleem hebben alle mensen te maken.
  • Oplossing vinden we in Jezus: Jezus is gekomen om de muur die scheiding brengt tussen mensen onderling en God (de muur van vijandschap) neer te halen en vrede te brengen. Daar heeft Hij Zijn leven voor gegeven.

Mensen die anderen uitsluiten op basis van vooroordelen, snappen het evangelie niet, begrijpen niet wie God is!

Ook Petrus snapte dit niet gelijk. Petrus is een man in de bijbel die een vriend van Jezus was. Hij leefde een tijd lang dichtbij Jezus en leerde veel van Hem. Petrus volgde Jezus omdat hij geloofde dat Jezus de zoon van God is. Petrus ging later mensen helpen om ook een volgeling van Jezus te worden.

En die Petrus zei: “Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen, maar dat Hij iedereen aanvaardt, uit welk volk dan ook, die ontzag voor Hem heeft en rechtvaardig handelt”.

Het duurde even voordat Petrus het snapte:

Eerst krijgt Petrus een droom. Aan de hand van die droom leert Petrus dat God geen onderscheid maakt tussen mensen zoals Petrus dat wel doet. Handelingen 10:10-17 droom met reine en onreine dieren; slacht en eet.

Handelingen 10:28 Maar God heeft mij iets geleerd. Ik mag over niemand zeggen dat hij onrein is, of dat hij niet bij God kan horen.

Handelingen 10:34 Nu begrijp ik pas goed.. dat God geen onderscheid in mensen maakt.

Ook wij willen begrijpen wie God is, we willen begrijpen wat het goede nieuws van Jezus betekent.

Vooroordelen zijn heel hardnekkig. Wij hebben net als Petrus een langere tijd nodig om in te zien dat we vooroordelen hebben en dat we daarmee andere mensen uitsluiten.  Daarom gaan we de komende tijd met elkaar leren hoe we in plaats van ons te laten leiden door onze vooroordelen, genade kunnen toepassen juist op basis van herkomst, kleur, klasse etc.

Hoe worden we een Gracist in plaats van een racist?

De houding van God

God heeft mensen gemaakt naar Zijn beeld. We lijken dus op God. God wil graag dat we doen zoals Hij dat heeft bedoeld. Als we leven naar Zijn wil, geeft dat eer aan Hem. We willen als volgelingen van Jezus leren wat Gods van ons verlangt. Daarom kijken we naar hoe God is en wat Zijn houding is.

Als voorbeeld voor de houding van God gebruik ik het verhaal over een slavin en hoe God haar behandelt. Hagar was de slavin van Sara; de vrouw van Abram. Sara kon geen kinderen krijgen. Als oplossing voor dat probleem bedachten Sara en Abram het plan dat Abram met Hagar naar bed moest gaan. Op die manier moest God volgens hen gaan voorzien in kinderen. God had gezegd dat ze kinderen zouden krijgen. Uit ongeloof bedachten Sara en Abram dit plan, waar Hagar de dupe van werd.

Op het moment dat Hagar zwanger werd van Abram, werd de relatie tussen Sara en Hagar verstoord. Sara klaagde over haar slaaf dat ze haar minachtte omdat zij wel zwanger kon worden. Sara vernederde haar slaaf Hagar zo erg (met toestemming van Abram) dat Hagar geen andere oplossing kon bedenken dan de woestijn in te vluchten.

Zoals je misschien wel kunt voorstellen is de woestijn geen plek voor een alleenstaande zwangere vrouw. Wat zou de toekomst van haar zijn op die plek in die tijd? Een zwangere vrouw zonder man, op de vlucht voor haar meester.. We kunnen raden naar de uitkomst, maar wat duidelijk is  dat haar toekomst er niet bepaald rooskleurig uit zag op dat moment. De wanhoop spat er vanaf.

God zoekt Hagar in die barre omstandigheden op. Hagar vluchtte naar de woestijn. Ze ging zitten bij een waterput langs de weg naar Sur.

Er staat dan: “en de engel van de Heer zag haar daar zitten”

De engel hoort Hagars verhaal aan en zegt tegen haar dat ze terug moet gaan naar Sara en Abram.

Genesis 16:10 De engel van de Heer zei ook: “ik heb gehoord hoe ongelukkig je bent. Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat niemand ze kan tellen. Je bent nu zwanger en je zult een zoon krijgen. Die moet je Ismaël noemen.

Genesis 16:13 Toen zei Hagar tegen de Heer: “U bent een God die mensen ziet. Ik heb gezien dat u mij ook ziet”. (die naar mij omziet)

Ismaël betekent: God hoort.

Het verhaal maakt duidelijk dat God degene is die hoort en ziet. God hoort en ziet de mens die door anderen niet gezien of gehoord wordt. God ziet en hoort de mens die verdrukt wordt, die onrechtvaardig behandeld wordt, die met de nek aangekeken wordt, die als minderwaardig behandeld wordt etc. God ziet en hoort jou.

Hagar zegt dat ze ziet dat God haar gezien heeft. Ze vindt erkenning voor haar moeilijkheden. God ziet haar en geeft haar uit genade haar eer terug. Ze zit langs de kant van de weg, daar waar geen uitweg mogelijk is, maar God geeft haar positie weer terug. God herstelt haar eer, waardigheid, haar identiteit. Hagar wordt door God teruggestuurd naar haar meester en meesteres om daar weer slaaf te zijn. Haar omstandigheden worden niet zozeer veranderd, maar Hagar weet dat God haar ziet en hoort.

God is hier degene die een gunst verleent aan de mens juist op basis van zijn/haar kleur, achtergrond, klasse.

De hele bijbel door roept God zijn volk op om op diezelfde manier mensen te bevoordelen op basis van hun klasse en situatie. God roept zijn volk op om de weduwen, wezen en vreemdelingen met eer te behandelen. Met extra genade.

God koos een volk met het oog op alle volken.

Als je je bijbel een beetje kent dan weet je misschien dat Jakobus zegt:

“je moet iedereen gelijk behandelen, zonder aanziens des persoons”.

Is het wel eerlijk om iemand met extra genade, met extra eer te behadelen op basis van zijn/haar kleur, klasse, cultuur?

Jakobus 2:1 “Vrienden, jullie geloven in Jezus Christus, onze Heer, die redding brengt. Daarom moeten jullie alle mensen op dezelfde manier behandelen.

Waar Jakobus hier op doelt is het doelbewust negeren van andermans nood ten koste van de hebzucht van een enkeling. Jullie volgen Jezus, maar dat is niet te rijmen met iemand voortrekken en daarmee iemand anders uitsluiten.

 

Waar het dus om gaat is dat we leren om mensen in te sluiten en het uitsluiten afleren.

 

Insluiten vs uitsluiten. Hoe we mensen kunnen insluiten leren we volgende week!

 

Christelijk geloof is een inclusief geloof, iedereen is welkom.

Als we Jezus willen volgen, volgen we Hem ook hierin. Jezus zocht de mens die niet gezien werd, een man die zich in de boom verstopt, een zieke vrouw onzichtbaar / niet gezien wilde worden middenin de menigte. Jezus is degene die mensen hoort en ziet en extra eer geeft op basis van hun klasse, cultuur, herkomst. Dit doet Hij om te laten zien voor wie Hij is gekomen. Jezus is gekomen voor de mens, alle mensen zijn welkom. Jezus zag de nood van de enkeling met het oog op alle mensen.

Jezus geneest een zieke vrouw. Ze staat onzichtbaar in een groep mensen die om Jezus heen staat. Ze gelooft dat als ze Jezus alleen maar aanraakt dat ze dan genezen zal worden. En Jezus merkt dat er kracht uit Hem gaat en vraagt; “wie heeft Mij aangeraakt?”. Als de vrouw zich bekend maakt zien we een bange vrouw staan. Bevend van angst knielt ze voor Jezus neer. Ze had Hem niet mogen aanraken. Ze had daar niet mogen zijn volgens de wet. Maar Jezus stelt haar gerust en maakt haar tot een voorbeeld voor de rest. Jezus geneest haar niet alleen, maar geeft haar de waardigheid terug. Ze mag weer een vrouw zijn die er wel mag zijn.

Was het eerlijk dat Jezus de vrouw genas, haar in het midden van de menigte mensen zette en haar geloof prees? Nee het was niet eerlijk. Het was onverdiend. Daarom is het genade. Genade is het verlenen van een onverdiende gunst.

God ziet om naar mensen. Dat is niet eerlijk. We hebben het niet verdiend, dat God ons ziet, ons hoort en ons in onze eer herstelt. Het is niet eerlijk dat Jezus aan het kruis stierf voor de dingen die Hij niet gedaan had. Het is onverdiend, niet eerlijk, maar het is uit liefde in genade gegeven. Dat is God. Zo wil Hij dat wij zijn.

Als we begrijpen wie God is en we echt geloven in Jezus en Hem willen volgen, dan zoeken we naar mogelijkheden om mensen op basis van hun afkomst, kleur, klasse met extra genade te behandelen.