Het gedeeltelijke Koninkrijk

Joop vertelt in het vierde deel over de serie van God’s Big Picture: Het Koninkrijk over de 4e belofte, de koning.

 

CCG zondag 22 maart 2015

 

Serie: God’s big picture

 

Inleiding:

 

We zijn bezig met een serie over het Koninkrijk van God, onder de titel ‘God’s big picture’. Het doel daarvan is dat we inzicht krijgen in het totaal plan van God met Zijn schepping, waar wij daarin passen en wat onze toekomst is.

 

Dit voorkomt dat we een soort hap-snap kennis van de Bijbel krijgen omdat we niet weten wat Gods grote plan achter alles is. Doordat mensen niet een totaalbeeld hebben van wat God aan het doen is, komen ze soms met allerlei vreemde ‘theologietjes’ die eerder verwarrend zijn dan ons helpen in onze wandel met God.

 

Voor dit doel maken we in achtereenvolgende weken een soort ‘wandeling’ door de Bijbel die ons helpt de samenhang van het evangelie te zien. Dit alles leidt toe naar de ‘grote finale’ als Jezus terugkomt en we als ‘multinationaal’ volk met God zullen leven op de nieuwe aarde en hemel, zoals Hij het bedoeld heeft. Dit is een glorieus vooruitzicht voor de christenen (zie 1 Kor. 16:22 – Maranatha; Openb. 22:20).

 

Start (Emmanuel):

1 maart: Inleiding; het patroon van het Koninkrijk (Gen. 1 en 2):

  • Definitie KvG: Gods mensen in Gods plek onder Zijn leiding en zegen, zoals Hij het bedoeld heeft.
  • God is het begin en het einde van alles; alles draait om Hem.
  • De mens is de kroon op Zijn schepping, geschapen naar Zijn beeld (Ps. 8:5-7)
  • Het doel van de schepping is ‘rust in Gods aanwezigheid’.

 

Arie:

8 maart: De ondergang van het Koninkrijk (Gen. 3):

  • De aanval op God, Zijn Woord en Zijn integriteit
  • De gevolgen: een verbroken relatie met God, tussen mensen en met de schepping
  • Door de keus voor de ‘boom van kennis’ was de mens nu op zichzelf aangewezen en zondig en sterfelijk met alle gevolgen van dien.
    Rom. 3:23: want alle mensen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God; Rom. 3:12: er is niemand die doet wat goed is, zelfs niet één.
    De keus was tussen de boom des levens (vol van Gods leven – de Geest) of de boom van kennis: een terugkerend patroon.

 

Teun:

15 maart: Het beloofde Koninkrijk (Gen. 17:1-8; Gal. 3:6-14):

  • Gods eeuwig plan is onveranderd ondanks de zonde en het daaropvolgende oordeel
  • Vanaf Gen. 4 (Kaïn en Abel) zien we al een glimp van Gods genade. Ook bij de zondvloed: Noach vond genade….  Genade is Gods wezen! Maar Hij is ook een rechtvaardig God – Hij kan niet eenvoudig door de vingers zien. Daarom werkt Hij vanaf het begin aan een herstelplan.
  • Dat begint bij Abraham. God roept Abraham omdat Hij hem roept….!
  • Met Abraham begint Hij aan een nieuw volk: in het natuurlijke Israël, in het geestelijke de kerk. Abraham was ook de aartsvader van Jezus.
  • God geeft Abraham een drievoudige belofte: land – volk – zegen

 

We beginnen een patroon in de Bijbel te ontdekken.

We zien in het verhaal van Abraham al Gods trouw aan Zijn beloften (vgl. het offeren van Izaäk) en deze trouw van God loopt als een rode draad door heel de Bijbel en mondt uit in het plan van God door Jezus.

God is geen mens dat Hij liegen zou (Num. 23:19). God is trouw aan Zichzelf en wat Hij gemaakt heeft en dat is Zijn motivatie tot het herstel van alle dingen.
‘Wél getrouw is de Here’ (2 Thess. 3:3).

 

Intermezzo:

Voor we verder gaan, eerst een bezinning op het Koninkrijk..

 

Vorige week een profetisch woord: Psalm 137: over de ballingen die in een vreemd ver land woonden, maar terugverlangen naar hun eigen land (Emmanuel)

 

Dan een woord van Chris over de gebedsavond: ik wil bidden en toch ook weer niet.

 

Psalm 42: Mijn verlangen is naar God (zoals een hert smacht naar water) en toch ben ik onrustig.

 

In welk ‘land’ horen we thuis? Waar verlangen we naar? Het hier en nu of het leven in het Koninkrijk.

Volgens de Bijbel zijn we ‘vreemdelingen en bijwoners’ (aliens en op doorreis) in dit leven (Hebr. 11:13; 1 Petr. 2:11), maar burgers van het Koninkrijk en huisgenoten van God (Efez. 2:19).

M.a.w. we horen thuis in het Koninkrijk van God, maar verblijven in een wereld die gevallen is in zonde. Dat maakt dat we dikwijls verdeeld zijn en in twee werelden leven (vgl. Rom. 7).

Jakobus noemt ons ‘innerlijk verdeeld’ en geeft als oplossing dat we tot God moeten naderen en ons hart (onze motieven) moeten zuiveren (Jak. 4:8).

 

Dat doen we door onszelf voortdurend te herinneren aan de beloften die God heeft gegeven. Daarom is Gen. 12:1,2 zo belangrijk: alles wat God aan Israël heeft beloofd en vervuld, is slechts een voorafschaduwing van het grotere dat komen zou.

  • Volk: niet slechts één volk, maar alle volkeren
  • Land: niet Israël, maar het Koninkrijk van God
  • Zegen: herstel van de schepping en leven in relatie met God.

 

Om te kunnen begrijpen dat Gods plan niet alleen gaat om onze persoonlijke redding en ons persoonlijk welbevinden, heeft God in het O.T. het patroon van Zijn herstel zichtbaar gemaakt.

 

Vandaag de 4e belofte (na volk – land – zegen): een koning.

 

We volgen een groot deel van het Oude Testament in vogelvlucht om de belofte van de komende grote Koning te zien: Jezus.

Zoals Jezus afstamde van Abraham, waardoor de zegen van God tot de wereld zou komen, stamt Hij ook af van David: het prototype van Gods koning die niet in de plaats van God regeert, maar onder Zijn leiding.

Vgl. Jezus: Zoon van David – en: “niet Mijn wil, maar de Uwe’.

En het mooie hiervan is dat wij met Jezus regeren: wij zijn een koninklijk geslacht.

 

Lezen: 2 Sam. 7:1-11 (12-17); 1 Petrus 2:9,10

 

 

De belofte: Gen. 3:15; 49:10; Deut. 17:14-20

 

God belooft een ‘slangvermorzelaar’ (Hij zal u de kop vermorzelen – Gen. 3:15).

En in feite is heel het O.T. een zoektocht naar wie dat zal zijn. Langzamerhand wordt er steeds meer duidelijk:

De scepter zal van Juda niet wijken’ (Gen. 49:10); het heil (de verlossing) is uit de Joden – Joh. 4:22.

 

Voor dat de Israëlieten maar het beloofde land binnentrokken had God ze al een koning beloofd (Deut. 17:14-20). Maar geen koning die onafhankelijk van Hem (of in Zijn plaats regeerde), maar iemand die onder de leiding van God zou leven en zich onderwierp aan Zijn wet. In die zin was de koning een zegen in het plan van God  voor Zijn volk. Niet slechts een volk, een land of een zegen, maar ook iemand die hen zou leiden op  Gods weg: een koning.

In die zin is de koning van Israël ook een voorafschaduwing van de grote Koning (Jezus).

 

Overview door het O.T m.b.t. Gods Koning:

 

Richteren: een cyclus van zonde en genade: een terugkerend patroon.

Kerntekst: Ieder deed wat goed was in zijn eigen ogen (Richt. 17:6 en 21:25).

 

1 Samuel: een valse start: het volk wil een koning naar hun eigen hart, zoals alle andere volken ook hebben (1 Sam. 8:5). Niet een koning onder God, maar één in plaats van God (vgl. de paus, de traditionele voorganger).

Saul blijkt de koning te zijn die niet onder  Gods leiding functioneert, maar naar eigen inzicht. God verwerpt hem.

 

2 Samuel: de regering van David: een man naar Gods hart

 

1 Koningen 1-11: Salomo en de Gouden Eeuw

 

1 Koningen 12- 2 Koningen 25: ongehoorzaamheid, verdeeldheid en ondergang

 

Met de koningen  van Israël is het alsof de zondeval steeds weer opnieuw plaatsvindt: voortdurend vervalt men tot zonde en moet God weer uitredden.

Totdat het genoeg geweest is en God Zijn Woord gestand houdt, dat als Israël ongehoorzaam zou blijven, Hij ze uit hun land (hun belofte) zou verdrijven (Deut. 28:25, 63,64; Joz. 23:12,13).

Ze hebben Gods heerschappij verworpen (net als indertijd Adam en Eva) en worden uit Zijn tegenwoordigheid verdreven (net als Adam en Eva). Het teken daarvan was de uiteindelijke verwoesting van de tempel, het symbool van Gods aanwezigheid (‘in Jeruzalem waar God woont’).

 

Maar dit is niet het einde van Gods grote verhaal.

Want God is getrouw aan Zijn belofte. Gods werk onder de Israëlieten was nooit bedoeld om de uiteindelijke vervulling van Zijn beloftes te zijn. In de context van de Bijbel diende de geschiedenis van Israël als een model dat God voor ogen had.

Zoals een schaalmodel van een vliegtuig niet echt een vliegtuig is waar je in kunt vliegen.

 

Maar dan in een vorm die niet meer gedomineerd was door onze menselijke zwakte, of door ons onvermogen om God te dienen.

Zijn plan was een eeuwig plan, met vernieuwde mensen.

Dit plan wat niet werkte in Israël en waarin Israëls koningen tekort schoten, vindt zijn vervulling in de grote Koning in Jezus.

 

God mag Zijn model verworpen hebben, maar niet Zijn belofte, die zal Hij gestand doen. En volgens Rom. 11 zal zelfs Israël weer opgenomen worden in de vervulling van de grote belofte; nu echter niet meer als een exclusief volk, maar als onderdeel van Gods nieuwe volk

N.B. Openb. 21: het Nieuwe Jeruzalem (de gemeente) heeft 12 poorten met daarop de naam van de stammen Israëls – poort = ingang; het heil is uit de Joden; vgl. Rom. 11:11,12 en 12 fundamenten met daarop de namen van de apostelen van Jezus. ‘Het zal worden één kudde, één herder’ – Joh. 10:16.

 

Daarom is de profetie over Jezus: ‘Het is Mij te gering dat je Mij tot een knecht zou zijn om de stammen van Jakob weer op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel je tot een licht der volken, opdat Mijn verlossing zal reiken tot het einde der aarde’. (Jes. 49:6).

 

En de opdracht van de komende koning is meervoudig:

  • De gevolgen van de zondeval ongedaan te maken door als een eenmalig en volmaakt offer in onze plaats te boeten en Gods oordeel af te wenden;
  • Door van ons nieuwe scheppingen te maken (‘wie in Christus is, is een nieuwe schepping. Het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen’ – 2 Kor. 5:17);
  • Nieuwe mensen met een nieuw hart dat verlangt naar de aanwezigheid van God en om Zijn wil te doen: Hebr. 10:5-7 (Ez. 36:26-28; Jer. 31:33);
  • Om ons te vervullen met Zijn leven (Hij zal u dopen met de Heilige Geest);
  • Om alle dingen weer onder Gods heerschappij te brengen (1 Kor. 15:23-28).

 

 

Slot: Ezech. 36:26-28:  (en/of 1 Kor. 15:20-28)

Een nieuw hart zal Ik  je geven en een nieuwe geest in je binnenste; het hart van steen zal Ik uit je lichaam verwijderen en Ik zal je een hart van vlees geven. Mijn Geest zal ik in je binnenste geven en maken, dat je naar Mijn inzettingen wandelt en ijverig mijn verordeningen onderhoudt. Je zult wonen in het land dat Ik je vaderen heb gegeven; je zult Mij tot een volk zijn en Ik zal je tot een God zijn.

 

De vervulling van de belofte volk – land – zegen – koning