Lijden


 

Waarom is er zoveel leed in de wereld? Waarom laat God dit allemaal toe? Joop legt het uit.

 

 

—–

I.        Het lijden van de mens.

Begin deze maand sprak ik op een evangelisatie-avond in Steinen (Dld.) over het thema ‘lijden’. In de pauze van de serie ‘Prediker’ leek het ons goed om ook hier vandaag over te spreken.

Er zijn veel vragen over het ‘waarom?’ van het lijden, waar geen antwoorden op te geven zijn (o.a. aan de hand van  het boek Job).

Wat we echter wel weten, is dat God deel heeft aan ons lijden. Hij staat niet van een afstand toe te kijken hoe wij ons redden, Hij voelt mee met ons lijden en grijpt in.

 

Lijden in de wereld is onlosmakelijk verbonden met zonde: de oorzaak van het lijden ligt in de zondeval; toen keerde de mens zich af van God en tot satan en maakte daarbij baan voor zonde en lijden. Het is daarom:

  • Of het resultaat van onze eigen zonden (b.v. ziekte en ongezonde leefstijl);
  • Of het resultaat van andermans zonden (b.v. oorlog, moord, echtbreuk, hebzucht, verkeersslachtoffers);
  • Of het feit dat we in een gevallen wereld leven (b.v. natuurrampen, ziektes, handicaps etc.) ‘Om uwentwil is de aardbodem vervloekt’ (Gen. 3).

 

Maar het is nooit de schuld van God: ‘God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.’ En ‘elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; bij hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen.’  Jak. 1:13 en 17.

 

Uit de geschiedenis van Job leren we, dat God wel lijden toelaat, om wat voor reden ook. Dat is vaak datgene wat we niet begrepen: ‘als God in staat is…., dan….’.

Job had deze worsteling, maar in plaats van antwoorden, kreeg hij aan het einde van zijn lijden iets veel beters, namelijk een ontmoeting met God:

‘Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd.’ Job 42:5).

 

Het resultaat van lijden is dat we ofwel beter uit de strijd komen, omdat we aan God vasthouden, zoals Job deed (‘ik snap het niet, maar ik blijf op Hem hopen’), ofwel dat we verbitterd raken, omdat we op onszelf of op ons leed zien, of God de schuld geven.

Je kunt het verschil zien bij mensen.

 

Het bizarre aan ‘lijden’ in de wereld is:

  • Het is onze schuld dat we lijden (door onze keuze(s) tegen God);
  • God voorzag in de oplossing van het lijden door Jezus onze schuld en het lijden te laten dragen:

Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam (….) Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing (…..) Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuld, om zijn nageslacht te zien en lang te leven. (Jesaja 53).

  • En uiteindelijk krijgt God de schuld van het lijden en onrecht op aarde: als God bestaat, waarom……?

     

     

     

     

     

II.            Het lijden van God

 

Niet alleen wij lijden, God lijdt ook – en meer dan wij:

‘Ach Efraïm, hoe zou ik je ooit kunnen prijsgeven? Hoe zou ik je kunnen uitleveren, Israël? Zou ik je prijsgeven als Adma, je laten ondergaan als Seboïm? Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word ik bewogen.’ (Hosea 11:8).

‘….zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’ (Jona 4:11).

 

We zien in de Bijbel meerdere voorbeelden waarin God optreedt om het lijden van de mens ongedaan te maken:

 

Mozes:

7 De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden.

8 Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. Exodus 3:7,8:

 

De motivatie voor God om Zijn volk te bevrijden is hun lijden. Hij gaat er iets tegen doen en heeft daarvoor een man uitgekozen: Mozes.

 

De reactie van Mozes is heel verdrietig: hij bedenkt vier uitvluchten en zegt tenslotte:

Maar Mozes hield vol: ‘Neemt u mij niet kwalijk, Heer, stuur toch iemand anders, wie u maar wilt.’. De reactie van God is dat Hij boos wordt.

 

Jona:

We zien iets soortgelijks bij Jona. Hij ontvlucht de opdracht van God, omdat hij weet dat God uiteindelijk toch wel barmhartig zou zijn tegenover deze vijanden  van Israël.

 

De verkromde vrouw:

We lezen in Lukas 13 dat Jezus een vrouw die al 18 jaar niet meer rechtop kon lopen geneest op een sabbat in de synagoge. Opnieuw is de reactie van de mensen niet heel positief:

‘Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’ 15 Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken? 16 Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’ (Luk. 13:14-16).

 

We zien hier voorbeelden van hoe God uit bewogenheid optreedt t.b.v. de mensen.

De mensen eromheen zijn vaak zo bezig met zichzelf, of hun eigen opvattingen of geloof, dat ze het hart van God niet echt delen hierin.

Hoe zit het met onze hartsgesteldheid als het gaat om her lijden van mensen?

 

 

III.           Gods antwoord op het lijden

 

Joh. 3:16: Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
 

Hoe lief had God de wereld? Zozeer dat Hij alles wat Hij had offerde om de mensen te redden: Zijn eniggeboren Zoon, Zichzelf. (vgl. gelijkenis van de schat in de akker, de parelkoopman etc.)

 

Door alle eeuwen heen heeft God steeds een antwoord gezocht voor het lijden van de mens. Het ultieme antwoord lag in het opheffen van de bron van het lijden, de zonde.

Er was maar één die dat kon doen: Jezus, de volmaakte mens die tevens God was.

Uiteindelijk kostten onze verkeerde keuzes God alles:

Ja, ik kost Hem die slagen, die smarten en dien hoon;

ik doe dat kleed Hem dragen, dat riet, die doornenkroon.

Ik sloeg Hem al die wonden, voor mij moet Hij daar staan,

ik deed door mijne zonden Hem al die jammeren aan.

(Uit: Is dat, is dat mijn koning?)

 

In het denken over lijden hebben we balans nodig:

  1. Ons lijden. God zal ons bijstaan en uiteindelijk redding schenken (Ik weet: mijn redder leeft, en hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen. Job 19:25).
  2. Het lijden van de anderen.
    Wij kunnen niet de oorzaak van het lijden in het algemeen wegnemen, dat gebeurt pas als Jezus terugkomt. Maar wij kunnen mensen wel helpen om Jezus te vinden en daarmee de bron van hun lijden weg te nemen en ze de weg laten zien waardoor ze tot in der eeuwigheid bij God kunnen wonen:

 

Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. 2 Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. 3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’

5 Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ (Openb. 21:1-5)

 

Hét antwoord op het lijden is het evangelie van Jezus.

We hebben gezonde kerken gebouwd, maar moeten nu gaan kijken naar hoe we mensen kunnen bereiken. Hoeveel van ons ( incl. oudsten) hebben in het laatste jaar iemand tot de Heer gebracht.

Hoe kijken wij naar mensen en naar hun lijden? We hebben balans nodig: geen schuldgevoelens als vroeger, geen fanatisme, geen methodes, maar een heart felt bewogenheid.

Wat is er gebeurd met het hart dat bewogen is over…. en dat wegen zoekt altijd en overal om het getuigenis van Jezus bij mensen te brengen?.


 

Meewerken met God vereist eenzelfde hartsgesteldheid als God: bewogenheid en vastberadenheid om er iets aan te doen. En zoals God dat deed door Zich te offeren, zullen wij dat ook alleen maar kunnen door ons te offeren voor Zijn dienst (‘It is no death to die’). Vgl. Koningin Esther: kom ik om, dan kom ik om….’.

 

God kan het zonder ons, maar Hij wil het samen met ons doen. En wij…?