Passie van Jezus – deel 3

Joop preekt over drie passies van Jezus die alle drie met elkaar in verband staan en uiteindelijk hebben geculmineerd in het grootse feit van de kruisiging en opstanding, dat we het goede nieuws (=evangelie) noemen.

Lezen: Joh. 1: 1-14.

1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

6 Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7 Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8 Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9 het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10 Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en de wereld heeft Hem niet erkend. 11 Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12 Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13 Zij die niet uit bloed, noch uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man zijn geboren, maar uit God.

14 Het Woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de enige Zoon van de Vader, vol van genade en waarheid.

 

1.     Jezus’ passie voor God.

Jezus was altijd al bij de Vader. Hij is deel van de Drie-enig God: Vader, Zoon en Heilige geest. Eén God, en drie zelfstandige persoonlijkheden (Joh. 17:5).

Jezus, is naar de wereld gekomen en heeft de gedaante van een mens gekregen en daarmee was Hij én God én mens. M.a.w. Hij maakte deel uit van beiden en kon Zich met beide identificeren.

Vandaar dat Hij zegt: ‘Ik en de Vader zijn één’. Tegelijk wordt Hij ook Zoon van de mensen genoemd, m.a.w. een mens.

Hij was niet fifity-fifty God-mens, maar 100% God en 100% mens (zie de Chalcedonische geloofsbelijdenis).

Dit was tevens de mogelijkheid om als offer te gelden waarmee onze oerschuld kon worden uitgedelgd: een echt mens, maar toch volmaakt. De Bijbel noemt Hem de tweede Adam (de eerste was ook volmaakt voor de zondeval.

Waaruit bleek Jezus’ passie voor de Vader?:

Jezus wilde in alles dat God verheerlijkt werd, de eer kreeg, gezien werd als God. Daar was Zijn hele leven op gericht: ‘Ik doe altijd wat God behaagt’ (Joh. 8:29).

‘Vader, de ure is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke’ (Joh. 17:1).

Jezus was volmaakt één met de Vader: ‘Ik en de Vader zijn één.’ (Joh. 10:30).

Dit zien we in het Hogepriesterlijk gebed (Joh. 17): ‘En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en u in mij…’ (Joh. 17:22,23).

Jezus had een intieme omgang met Zijn Vader.

Zijn intimiteit met God zien we het beste in het hogepriesterlijk gebed: ‘Vader, ik wil…’, en in de hof van Gethsemane (‘Vader als het kan..’.).

Vanwege Zijn menselijke natuur moest Jezus net zo zeer van Zijn Vader gehoorzaamheid leren:  ‘Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot hem die hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God.

Hoewel hij zijn Zoon was, heeft hij moeten lijden, en zo heeft hij gehoorzaamheid geleerd.’ (Hebr. 5:7,8).

Het resultaat was dat God Hem alle eer gaf, door Hem uit de dood op te wekken en Hem een plaats naast Zich te geven.

Jezus wilde dat Gods schepping op dezelfde manier de eenheid met God zou kunnen beleven (Joh. 17) en dat God weer van Zijn schepping zou genieten.

´Vrees niet, gij klein kuddeke, het heeft de Vader behaagt u het koninkrijk te geven´. Luk. 12:32.

Ook in dat opzicht was in Jezus in Zijn leven volkomen gericht op het geluk en de wil van de Vader.

 

2.     Jezus’ passie voor de mensen.      Lezen: Lukas 13:10-17

Jezus had zocht het geluk van de mensen op 2 manieren:

 

a. Zijn offer voor de mensen: eeuwig geluk.

Dit was het eigenlijke doel waarvoor Hij naar de aarde gekomen was (Joh. 18:37). Jezus’ komst naar de aarde was het antwoord op de vraag van de Vader in Jes. 6:8: ‘Wie zal Ik zenden, wie zal voor Ons gaan?’.

Het offer van Jezus was een gecombineerde actie: de Vader zond, de Zoon ging in gehoorzaamheid. Jezus op Zijn beurt zendt de kerk: ‘Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.’ (Joh. 20:21).

 

b. Het lijden van mensen opheffen, ze te herstellen, ze te eren. Ze te bevrijden van schuldgevoelens etc.

Voorbeelden:

de kromgegroeide vrouw op Sabbat (Lukas 13:10-17): moest deze vrouw (een dochter van Abraham) niet na 18 jaar bevrijd worden op de Sabbatdag? Hij vond haar situatie belangrijker dan de religieuze vereisten of de goedkeuring van mensen. Bovendien was dit juist een verrijking van de sabbat; sabbat betekent rust, ophouden, een einde maken aan. Dit was een profetische handeling, waarmee Jezus aangaf dat Hij een einde kwam maken aan de heerschappij van satan.

dochtertje van Jaïrus (Lukas 8) : Jezus was begaan met het lot van die ouders, maar raakte niet in paniek. Hij was zelfs begaan met het welzijn van het meisje: geef haar te eten.

bloedvloeiende vrouw (Lukas 8): ze genas op grond van haar moed en geloof. Daarvoor verbrak ze de heersende conventies. Jezus herstelde niet alleen haar fysieke gestel, maar nam ook het schuldgevoel en mogelijke consequenties van haar handelen weg, door de zaak openbaar te maken en haar openlijk eerherstel te geven: je geloof heeft je behouden.

de jongeling van Nain (Lukas 7:11-17): Jezus heelde het overstelpende verdriet van deze vrouw door haar het enige wat ze had, terug te geven.

water in wijn (Joh. 2:1-11): zijn eerste wonder (v. 11). Het was echter niet alleen het begin van Zijn publiek optreden; Hij gaf ook een statement. Jezus wilde dat de bruiloftsgasten het goed hadden. Dit is voor christenen soms moeilijk te accepteren (wij zouden het andersom gedaan hebben?).

Zacheüs (Lukas 19): Een man die diep van binnen hunkerde naar Jezus en naar een ander leven en die door Jezus werd opgemerkt. Zijn passie werd nog het meest duidelijk doordat Hij Zichzelf bij Zacheüs uitnodigde, nog voor die zich bekeerd had (belong – believe – behave). En dat Hij Zich niets aantrok van de kritiek van de ‘goede’ mensen.

de opwekking van zijn vriend Lazarus (Joh. 11): Jezus hield van deze familie (v. 5) en was bij ze betrokken. Hij was in staat (en bereid) Zijn macht daarvoor te gebruiken. Hij was verbolgen in de Geest over het tentoongestelde ongeloof dat God bij machte was…. En Hij was gefocust op de eer van God: v. 4, 40, 42.

bij zijn kruisiging (Lukas 23:40-43): uitreiken naar het behoud van een ongelovige.

zijn zorg voor zijn moeder (Joh. 19:26,27): zelfs in Zijn lijden was Hij gericht op het welzijn van Zijn dierbaren.

 

3.     De relatie tussen God en Zijn schepping herstellen.

Hier komen zowel Zijn passie voor Zijn Vader als voor de mens samen. Het wezen van God is ‘heelheid’, ‘herstel’,’geluk’, ‘overvloed’,  kortom, alles wat we ook in de schepping terugvinden. Zelfs na de zondeval is daar nog veel van over. Zowel de Vader als de mens zou pas echt gelukkig zijn als de oorspronkelijke relatie tussen God en Zijn schepselen hersteld zou zijn. En alleen Hij kon dat doen, want het moest een zondeloos iemand zijn, iemand die nog nooit gezondigd had. Allen Jezus dus. Deze passie was zo groot dat hij daarvoor bereid was tot het vooruitzicht dat God, Zijn eigen Vader (voor wie Hij zo’n passie had) Hem in zijn grootste nood (dus als Hij Hem het meest nodig had) te verlaten uit afschuw van de zonde die op Hem was gelegd.

‘Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.’ (Hebr. 12:2). De vreugde die voor Hem lag was dat Hij ‘velen zonen’ tot heerlijkheid zou brengen (Hebr. 2) aan God zou presenteren (vgl. Hebr. 2:12,13), herstel van de eeuwige relatie met God, de overwinning over zonde en dood

Daarom, hoewel Hij aarzelde in de hof, besloot Hij om door te zetten. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd. M.a.w. Jezus had niet alleen een grote passie voor de Vader, maar omgekeerd was ook de Vader gepassioneerd over de Zoon: ‘dit is mijn geliefde zoon in wie Ik welbehagen heb’ (Matt. 3:17). En de Vader was zo uitermate verrukt over de gehoorzaamheid van de zoon, dat Hij Hem de hoogste plaats en de hoogste Naam heeft gegeven (Filip. 2:8-11).

De passie voor God en Zijn passie voor de mensen vinden elkaar in het evangelie van verlossing: ‘zo lief had God de wereld….’ (Joh. 3:16).

Zo lief had de Zoon zijn Vader en zo lief had de Zoon de mensen dat Hij Zich als intermediair wilde laten gebruiken voor het herstellen van de relatie tussen God en Zijn schepping.

Daarmee sloeg Hij 2 vliegen in één klap: het geluk en de vreugde van God om weer met Zijn schepping te kunnen leven (‘Mijn hart keert zich om in Mij, ten volle wordt mijn erbarming opgewekt’ – Hosea 11:8) en het eeuwig geluk van de mens om voor eeuwig met God samen te leven (b.v. Openb. 21: 3,4: ‘God zal wonen bij de mensen; Hij zal de tranen van hun ogen wissen’).

En in het Hogepriesterlijk gebed laat Jezus zien dat Hij wil dat wij net zo met de Vader in betrekking staan als Hij (Joh. 17:3, 21, 24, 26).

Slot:

Jezus’ grootste vreugde is als wij delen in Zijn passie:

·        Onze passie voor God; onze (wederzijdse) passie voor Jezus ( wij hebben lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad 1 Joh. 4:19).

·        Onze passie voor de mensen: de gezindheid van Christus (Filip. 2:5): het geluk van de mensen zoeken (niet perse wat zij willen), je verheugen over hun voorspoed, geluk, herstel, je ver blijden over de waarheid, gastvrij zijn, oog voor de verlorenen etc. (Zie 1 Cor. 13: de liefde is….)

·        Onze passie om mensen weer verzoend te zien worden met God. De zendingsopdracht is niet uitsluitend een bevel; het komt voort uit een hart dat gericht is op God en de mensen en op het herstel van de relatie tussen God en mens.
Mensen die van Jezus houden, zoeken alle mogelijke manieren om mensen weer te verzoenen met God.

Hou je van Jezus? Zo ja, deel je dan ook in Zijn passie? En laat je de Heilige Geest toe om Zijn gezindheid in je zichtbaar te maken?

Jij bent (en de gemeente is) het meest succesvol als je leeft met dezelfde passie(s) die Jezus had en heeft.