Pijlers – Gods missie heeft een kerk

Hieronder vind je de vertaling van hoofdstuk 3 van het boek Missional Essentials, het is niet de outline van de preek. 

Les 3:    Gods Missie heeft een kerk
Op pad gestuurd door God

In deze les:
Reflectie op les 2:             Zijn manier
Centrale Thema:              Gods missie heeft een kerk
Bijbelse reflectie:             Johannes 3:16-17; Joh. 5:24; Joh. 14:26; Joh. 16:7; Joh. 17:18; Joh. 20:21
Lezen:                                  Missie versus missies
Leesreflectie:                     De kerk en Gods missie
Missionaire actie:            Gods missiewerk zien en hierop reageren

 

Les 2:    Zijn manier

1.       Deel in het kort hoe jij vorm hebt gegeven aan de missionaire actie van  vorige week. Hoe heeft het de manier waarop jij nu geïntegreerd in de lokale context (geïncarneerd) leeft iets veranderd of beïnvloed?

 

2.       Wat heb jij gedaan om je relaties in de buurt te vergroten? Wat heb je hiervan geleerd?

 

3.       Wat heb je gedaan om meer aanwezig te zijn onder de mensen in jou buurt? Wat heb je hiervan geleerd?

 

4.       Wat heb je over jezelf geleerd? Wat zou je de volgende keer anders doen?

 

5.       Welke gedachten had je over de andere verhalen die in jou groep werden verteld?
 

Gods missie heeft een Kerk

De term missio Dei is Latijn voor “het zenden van God”. In het Engels wordt dit vaak vertaald met “de missie van God”.  De term missio Dei benadrukt dat de missie niet in de eerste plaats een activiteit van de kerk is, maar dat het gaat om het werk van God. De kerk is Gods instrument dat de wereld in wordt gestuurd om mee te doen in deze missie. De kerk bestaat dus door Gods missie, en niet andersom!
 

1.       Wat gaat er door jou heen bij de stelling  dat de kerk bestaat door Gods missie, in plaats dat de kerk een missie heeft omdat God bestaat?

 

2.       Op wat voor manier verandert het concept van missio Dei de manier waarop jij over kerk denkt?


Lees Johannes 3:16; 5:24; 14:26; 16:7; 17:18; 20:21
De standaard uitleg van de missio Dei  heeft drie uitingen: God de Vader die zijn Zoon zend; God de Vader en de Zoon die de Geest zenden; God de Vader, Zoon en Geest die de kerk de wereld inzenden.

1.       Lees Johannes 3:16-17; 5:24. Wat leer je hier over het zendende karakter van God en zijn missie? Welke vragen roept dit op?

 

2.       Lees Johannes 14:26; 16:7. Welk verschil merk je tussen deze twee verzen? Op welke manier bekrachtigt de Geest Gods missie?

 

3.       Lees Johannes 17:18; 20:21. Beschrijf de setting voor deze twee verzen


Missie versus missies

Het derde sleutelelement in de zendingstheologie is het concept van missio Dei. In het Engels wordt dit snel vertaald als de missie van God. God heeft de missie om dingen recht te zetten in een gebroken zondige wereld – om te verlossen en te zoals hij het altijd had bedoeld.

De missie is daarom ook niet de uitvinding, verantwoordelijkheid of het programma van de kerk. Het komt direct voort uit het karakter van een zendende God. De Zuid Afrikaanse zendingsdeskundige David Bosch zei het als volgt: “Het is niet de kerk die een missie onderneemt; het is de missie van God die de kerk vormt”. Of anders gesteld: “Het is niet zozeer dat God een plan heeft bedacht voor Zijn kerk in de wereld, maar hij heeft een kerk voor zijn plan met de wereld”

Het is niet alleen cruciaal om te begrijpen dat God een missie heeft, het is even belangrijk te begrijpen dat zijn missie veel groter is dan de kerk. In de kerk nemen we vaak aan dat Gods primaire activiteit in de kerk plaatsvind, in plaats van te herkennen dat God primair aan het werk is in de wereld, en dat de kerk daarbij het instrument is dat hij naar de wereld heeft gestuurd, om deel te nemen aan zijn reddingsplan. We kunnen de kerk daarom beter zien als de zendeling, dan dat we de kerk zien als een entiteit die zendelingen uitstuurt. Deze verandering in perspectief zorgt onder andere voor radicale veranderingen in twee specifieke gebieden.

Ten eerste zal het missio Dei perspectief ons denken over de vorm en functie van de kerk bepalen. Binnen de kerk is het gangbaar om zending als een van de programma’s of activiteiten van de vele andere belangrijke functies van de kerk te zien. Daarom wordt het zendingsprogramma gelijkgesteld aan de lofprijs, het ‘kleine groepenwerk’, het mannen- en  vrouwenwerk, kinder- en tienerwerk en zo verder. Als zending op deze manier wordt gezien, gaan zendingscomités zich afvrafgen hoe ze het zendingsbudget moeten uitgeven, in plaats van dat het uitgeven van het hele gemeentelijke budget wordt gezien als de uitoefening van de missie. ¹⁵ Wanneer de kerk zich echter begint te zien als een vertegenwoordiger van Gods missie, zal dat invloed hebben op de manier waarop elke activiteit in de kerk wordt georganiseerd.

Missie als grondbeginsel gaat ver voorbij aan het idee van missie als een optionele activiteit of programma voor onze kerken. Het is de kern van de kerk. Het hele leven van de kerk draait erom. Dat betekent niet dat we stoppen met samen bidden, relaties ontwikkelen of discipelen maken, maar dat al deze activiteiten worden aangedreven en versterkt door onze missie. Alleen op deze manier kunnen we echt missionair zijn. Wanneer we alleen dienstverlenende activiteiten of speciale zendingsdagen aan onze agenda toevoegen ontwikkelen we ons niet als mensen of kerk die gezonden is.¹⁶

Om helder te zijn over Gods missie als kern van alles wat we als kerk organiseren willen we nogmaals benadrukken dat dit niet betekent dat de andere functies in de kerk onbelangrijk zijn. We stellen alleen dat geen enkele andere functie van de kerk gezien kan worden als de basis van waaruit al onze activiteiten worden georganiseerd, of de reden kan zijn waarom we samenkomen. Aanbidding zou niet het uitgangspunt moeten zijn. Het delen van ons leven met elkaar evenmin. Zelfs het maken van discipelen en het evangeliseren is niet het uitgangspunt.

Alleen wanneer we door de lens van onze missie kijken, kunnen we aanbidding, discipelschap, evangelisatie en het delen van ons leven en al die andere belangrijke zaken, goed begrijpen en doen. Het onderstaande plaatje laat een beeld zien van de verschuiving van ‘missies’ als een van de vele functies van de kerk naar missie als zijnde het uitgangspunt voor alle andere activiteiten  en bedieningen van de kerk.¹⁷

Z
E
N
D
I
N
G

K
U
N
S
T

K
I

N

D

E

R

W

E

R

K

 

K

L

E

I

N

E

 

G

R

O

E

P

E

N

J

E

U

G

D

 

O

N

D

E

R

W

IJ

S

A

A

N

B

I

D

D

I

N

G

 

M

I

S

S

I

E

K
U
N
S
T

K
I

N

D

E

R

W

E

R

K

 

K

L

E

I

N

E

 

G

R

O

E

P

E

N

J

E

U

G

D

 

E

T

C.

O

N

D

E

R

W

IJ

S

A

A

N

B

I

D

D

I

N

G

 

De tweede belangrijke verandering die het perspectief van  missio Dei veroorzaakt heeft te maken met ons uitgangspunt voor zendingsactiviteiten. Wanneer we zowel als individuen als plaatselijke kerk inzien dat we gezonden zijn door God, zien we de kerk niet langer als springplank of uitgangspositie wanneer we nadenken over missie. We zijn eerder geneigd om te kijken waar God in onze seculiere omgeving aan het werk is, en daar betrokken te raken.

Dit betekent onder andere dat de vorm en het karakter van de activiteiten die we ondernemen niet van te voren vast staat, maar dat deze  per situatie moet worden bekeken. We beginnen dus door te luisteren en kennis te nemen van wat God al aan het doen is, in plaats van zenndingsplannen en strategieën te baseren op wat wij denken dat de mensen in de wijk nodig hebben. Alleen wanneer we zien wat God  aan het doen is in een  bepaalde setting kunnen we God vragen hoe hij wil dat we meewerken.
Een manier om dit vorm te geven is aan de hand van de vier O’s:

Ontdekken

Als het echt Gods missie is en niet die van ons, moeten we ontdekken waar God aan het werk is. De eerste stap om dit te ontdekken is door te luisteren. Zowel collectief als individueel moeten we onze luistervaardigheid op drie gebieden ontwikkelen: we moeten luisteren naar God, de lokale buurt en naar elkaar. Het is onmogelijk om Gods werk te zien zonder tijd uit te trekken om naar zijn stem te luisteren door gebed en Bijbellezen, en te luisteren naar hen die we graag willen dienen.

Onderscheiden

Nadat we hebben geluisterd komt de volgende moeilijke taak van het onderscheid maken. We moeten niet alleen onderscheiden wat God al aan het doen is, maar ook moeten we ons de vervolg vraag stellen: “In het licht van mijn (onze) gaven en kwaliteiten, hoe wil God dat we meedoen in wat Hij al aan het doen is? Feit is dat we niet alles kunnen doen, dat geldt voor ons als individuele volgers van Jezus maar ook voor ons als plaatselijke kerken. Maar het is ook waar dat God ons allemaal heeft toegerust met gaven om hier iets mee te doen! Wat we moeten onderscheiden is waar en hoe we met God kunnen meewerken in zijn missie.

Ondernemen

Dit lijkt misschien een open deur, maar het hele proces van luisteren en onderscheiden is nutteloos als we niet gehoorzaam zijn aan datgene waarvoor God ons heeft geroepen. Als God ons vraagt om mee te doen in wat hij aan het doen is in de levens van anderen, moeten we reageren in gehoorzaamheid.

Het volgende verhaal, verteld door mijn vriend Sam, geeft deze eerste drie punten mooi weer.
Sam was op zoek naar een huis in een nogal verpauperde wijk van de stad. Zijn bedoeling was om een zendingshuis te creëren dat verschillende vrijwilligers kon huisvesten die wilden investeren in het leven van de wijk om zo de plaatselijke samenleving te laten veranderen. Eén van hun eerste projecten was het adopteren van de kleuterschool. Het plan was om in de school te investeren door bijles aan te bieden, de leraren te helpen en klein onderhoud voor de faciliteiten aan te bieden. Wie kon er iets tegen deze fantastische initiatieven inbrengen?

Op een dag besloot Sam zijn visie voor de school te delen met Nacho, een man die aan de overkant van de straat woonde. Hij had twee kinderen die daar naar school gingen, en hij zou natuurlijk erg blij zijn wanneer hij Sams plannen hoorde. Toen Sam zijn plan uiteen begon te zetten, vroeg Nacho Sam om met hem mee naar buiten te lopen. Op dat moment wees Nacho naar boven, naar de straatverlichting. Hij zei: als je echt iets wilt doen voor deze buurt, zorg er dan voor dat de verlichting het doet.” Aanvankelijk was Sam een beetje van zijn stuk gebracht. Het was op het heetst van een zomerse dag. Wat is er zo belangrijk aan straatverlichting? Nacho begon Sam uit te leggen dat het op straat niet veilig was voor de kinderen om buiten te spelen zodra het donker inviel. Als het licht uit was, werd er op straat drugs gedeald. Zonder straatverlichting werd er ingebroken in geparkeerde auto’s.

Nacho legde  Sam daarna uit dat hij al bijna een jaar bezig was om de straatverlichting te laten repareren door de gemeente. Sam belde de plaatselijke autoriteiten, en diezelfde middag was de straatverlichting gerepareerd. Klaarblijkelijk was er een taalprobleem dat er voor zorgde dat Nacho het niet voor elkaar kreeg om het verzoek duidelijk te krijgen bij de overheid.

Nadat ik (Brad) het verhaal had gehoord, zei ik Sam dat hij dit verhaal het DSS verhaal moest noemen. De Straatverlichting Sukkel! Het punt is dat het niet uitmaakt hoe groots onze plannen zijn voor een wijk, het is mogelijk niet wat de wijk echt nodig heeft. We kunnen er niet van uitgaan dat we weten wat men wil. Daarom moeten we luisteren. Luisteren naar God en naar de mensen in de wijk. Daarna moeten we actie ondernemen.

Overleggen

Gedurende het proces van betrokken raken met Gods missie moeten we kansen creëren om deze betrokkenheid in de missie te evalueren. Soms betekent dit het heel simpel tijd nemen om na te denken over onze activiteiten. We kunnen God vragen om onze betrokkenheid te bevestigen, of om duidelijkheid en richting aan te geven. Maar het betekend ook dat we tijd moeten uittrekken om met anderen uit onze geloofsgemeenschap te communiceren. We moeten horen wat anderen zien en opmerken als het gaat om Gods werk en moeten ook de verhalen horen van hoe anderen deelnemen aan Gods missie. Het is belangrijk voor ons om op die manier feedback te krijgen en te geven.

Deelnemen aan de  missio Dei betekend een persoonlijke en vitale rol spelen in Gods missie om de wereld te redden. God nodigt ons uit in zijn missie-avontuur.

De Kerk en Gods missie

1.       Hoe denk je over de quote van David Bosch:  “Het is niet de kerk die een missie onderneemt; het is de missie van God die de kerk vormt”. Of anders gesteld: “Het is niet zozeer dat God een plan heeft bedacht voor Zijn kerk in de wereld, maar hij heeft een kerk voor zijn plan met de wereld”

 

2.       Hoe zou jij het verschil omschrijven tussen een kerk die zendelingen stuurt versus een gezonden kerk?

 

3.       Hoe ziet het er  voor jouw groep of kerk uit om  ‘Gods instrument te zijn dat de wereld ingestuurd is”?

 

4.       Als missie het achterliggende principe is, hoe zouden de verschillende activiteiten en bedieningen in jouw kerk er dan uitzien? Bijvoorbeeld Jeugdwerk? Kleine groepen? Kinderwerk? Het muziekteam?

 

5.       Op welke manier zijn de ‘4 O’s’ handig? Kun je een voorbeeld geven van hoe jij of jouw kerk zelf missies heeft opgepakt? Hoe kunnen jij en je kerk jezelf verbeteren op het gebied van onderscheid maken?
 

Gods missie zien en hierop reageren

Identificeer de komende week tenminste drie situaties waarin je je zelf de volgende vragen stelt:

1.       Waar zie ik God aan het werk? Waar en hoe werkt God in het leven van de mensen om me heen? Waar en hoe is God aan het werk in mijn buurt? Waar word ik voor geroepen?

 

2.       Kijkend naar mijn gaven en talenten, hoe wil God dat ik meewerk in wat Hij aan het doen is?

 

Hoe zou jij reageren op deze zelfde vragen vanuit het perspectief van jouw kerk?

3.       In het licht gezien van de gaven en talenten in jouw kerk, hoe roept God jouw kerk om mee te doen in de missio Dei?

 

4.       Welke specifieke en unieke gaven en talenten heeft God jouw plaatselijke kerk gegeven?