Pinksteren

Joop legt uit wat het Pinksterfeest voor ons betekent.

Lezen: Hand. 2:1-21.

1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ 13 Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’
Toespraak van Petrus
14 Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15 Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16 Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël:
17 “Aan het einde der tijden, zegt God,
zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten.
Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren,
jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.
18 Ja, over al mijn dienaren en dienaressen
zal ik in die tijd mijn geest uitgieten,
zodat ze zullen profeteren.
19 Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven
en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.
20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed
voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.
21 Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”

 

 

Inleiding:

Vandaag vieren we het Pinksterfeest, een van de drie grote feesten van Israël, waarin de Joden het begin van de graanoogst herdenken, en tevens de afsluiting van het feest van Pesach, waarop de gersteoogst was binnengehaald.

Pinksteren past geheel in Gods grote plan: Op Pasen stierf Jezus en stond weer op uit de dood om de verzoening met God tot stand te brengen. Maar Hij bleef niet; Zijn taak zat erop, Hij ging weg om plaats te maken voor de volgende Persoon van de Godheid: de Heilige Geest.

Jezus zei (Joh. 16:7-11): ‘het is beter voor jullie dat Ik wegga (einde gersteoogst) want anders kan de Trooster niet komen’ (begin tarweoogst). (Joh. 16:7). Dus Jezus moest plaats maken voor de Heilige Geest (op Hemelvaartsdag).

Jezus ging terug naar de Vader om ons plaats te bereiden en komt op een keer terug om ons mee te nemen naar die hemelse plaats (Joh. 14:2,3).

[Onze uiteindelijke bestemming is niet de hemel, maar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar we voor eeuwig met God zullen leven. Dit moeten we ons realiseren als we spreken over de ‘hemel’. De plaats waar God woont is te midden van Zijn mensen (Openb. 21:3).]

In dat licht begrijpen we ook Jezus’ Hemelvaart. Nadat Hij Zijn opdracht volbracht had, bleef Hij nog 40 dagen ‘in de buurt’ om Zijn discipelen voor te bereiden op wat ging komen (Hand. 1:3: gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God), met als climax de laatste instructies m.b.t.:

·        Het ontvangen van de Heilige Geest

·        De opdracht van de kerk.

 

Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden:

Hand. 1: 4,5,8: Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. 5 Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’ (…..) 8 Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’

Lukas 24: 46-49: En Hij zei tot hen: ‘Er staat geschreven, dat de Christus moest lijden en op de derde dag opstaan uit de doden, 47 en dat in zijn naam bekering tot vergeving van de zonden aan alle volken gepredikt moest worden, te beginnen bij Jeruzalem. 48 Jullie zijn getuigen van deze dingen. 49 En Ik zorg ervoor dat de belofte van mijn Vaders op jullie komt. Maar jullie moeten in de stad blijven, totdat je bekleed wordt met kracht uit de hoge.’

Mattheüs 28:18-20: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op [de] aarde. 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn discipelen en doop hen in de naam van de Vader en de Zoons en van de Heilige Geest en leer hen te bewaren/waken over alles  wat Ik jullie bevolen heb. 20 En weet, Ik ben met jullie alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.

 

Pinksteren, het feest van de eerstelingen.

Met Pinksteren werden ook de eerste gaven van de oogst en het vee aan de Heer geofferd: de ‘eerstelingen’. De ‘eersteling’ was het eerste en belangrijkste wat men had. Paulus noemt Jezus de ‘eersteling uit de doden’, m.a.w. de eerste die uit de dood is opgewekt: ‘Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.’ 1 Kor. 15:20), waarna er nog velen zullen volgen. (net als bij de oogst).

Gods doel is om een volk van mensen te verwerven die uiteindelijk allemaal zullen opstaan uit de dood in een  verheerlijkt lichaam. Christenen geloven in de Opstanding uit de dood (1 Cor. 15:52: de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden; vgl. 1 Thess. 4:15-17).

Christus is de eerste die onvergankelijk is opgewekt (vgl. Lazarus stierf opnieuw), allen die in Hem geloven en door Hem behouden zijn uit hun van God vijandige wandel zullen ook onvergankelijk worden opgewekt om eeuwig met God te leven. Maar de keuze voor Christus wordt niet gemaakt op het moment van de Opstanding. Prediker 11:3: ‘waar de boom valt, daar blijft hij liggen’; m.a.w. de keuze die mensen in dit leven maken, is bepalend voor de eeuwigheid.

Na Zijn Hemelvaart heeft Jezus de kerk opgedragen om het evangelie van Zijn verlossing uit te dragen (Rom. 10:14) en de oogst binnen te halen.

Pinksteren is dus ook de aanvang van de oogst, maar Jezus was duidelijk: dit gaat niet zonder de Heilige Geest.

Door de geschiedenis heen hebben christenen het werk en de persoon van de Heilige Geest ontkend, ondergewaardeerd en terzijde geschoven. Maar als we werkelijk willen dat mensen uit onze omgeving gelovig worden, dan kan dat alleen als de Heilige Geest in ons en door ons werkt, zowel individueel als in de kerk: ‘wacht totdat je bekleed wordt met kracht uit de hoge’!

Daarom geloven wij in de doop of de vervulling met de heilige Geest. Op talloze plaatsen in de Bijbel lezen we: ‘en ze werden vervuld met de heilige Geest’, gevolgd door wat ze deden (b.v. klanktaal spreken, evangeliseren, wonderen, bekeringen etc.).

Uit Hand. 8:15,16 (Filippus in Samaria) en Hand. 19:2 kunnen we heel duidelijk opmaken dat mensen de heilige Geest ontvingen als een specifieke gebeurtenis. In Hand. 8:18 lezen we zelfs dat Simon ‘zag’ dat mensen de heilige Geest ontvingen…..!

 

Een stukje theologie:

We geloven dat de wedergeboorte (dus het moment waarop een gewoon mens een gelovige wordt als hij Jezus als Verlosser erkent) een soeverein werk is van de Heilige Geest. Niet wij bekeren mensen, ze bekeren zich zelfs niet vanuit hun eigen wil, het is een werk van God: de Heilige Geest overtuigt hen!

Maar daarmee houdt het niet op: de apostelen op Pinksteren waren al gelovig, maar hadden toch de heilige Geest nodig, evenals de mensen in Samaria en Efeze. Er is dus een specifieke bekrachtiging van de Geest beschikbaar voor gelovigen die van hen andere mensen maakt: ‘jullie zullen kracht ontvangen’, ‘ze spraken het Woord van God met vrijmoedigheid’, de’ vrucht van de Geest is…’ (Gal. 5). Kortom, op tal van momenten in het leven van een christen, heeft hij de expliciete kracht of werking van de Heilige Geest nodig om te kunnen leven als christen en te kunnen spreken over de dingen van God.

Zonder de kracht van de Heilige Geest zijn we goedwillende mensen die het moeten hebben van onze inspanning om voor God te leven. Maar de Bijbel is duidelijk: we zijn niet in staat om te leven zoals God het wil, dat heeft eeuwen van leven onder de Wet bewezen. We hebben een nieuw hart nodig en een nieuwe Geest: de Heilige Geest. En God geeft de Geest aan de mensen die erom vragen (Lukas 11:13).

Deze bekrachtiging met de Heilige Geest noemen wij de doop of de vervulling met de Heilige Geest. Soms vindt deze in het N.T. plaats tijdens de doop (de doop van Jezus – vgl. Hand. 2:38; Hand. 19:5,6), soms later (Samaria – Hand. 8:14 v.v.), soms eerder (Paulus – Hand. 9:17) en soms zelfs onverwacht (Cornelius -Hand. 10:44). Op een of andere wijze hebben de waterdoop (het afleggen van je oude leven) en de doop in de Geest (het nieuwe leven) met elkaar te maken.

Er zijn christenen die leren dat er geen speciale doop[ of vervulling met de Geest is, omdat die vanaf onze bekering (een werk van de Geest) al in ons is. De Bijbel leert anders, zoals we zagen. Ben jij al gedoopt in de Heilige Geest?

 

Pinksteren en de Wet

De Israëlieten ontvingen de Wet op de Sinaï 7 weken na de Uittocht. Ook dat werd herdacht in het Joodse Pinksterfeest.

De kerk ontving de Heilige Geest 7 weken na Pasen. Rom. 8:1,2: ‘Daarom is er nu geen veroordeling meer voor hen, die in Christus Jezus zijn.  Want de wet van de Geest van het leven heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet van de zonde en van de dood.’

Wij zijn vrijgemaakt van de Wet, ‘wij verwachten door de Geest, uit het geloof de gerechtigheid’ (Gal. 5:5).

De Wet was bedoeld om de relatie met God in stand te houden en te bewerken. Er werden allerlei voorschriften gegeven die ervoor moesten zorgen dat de mens God zou dienen en met Hem omgang kon hebben. Maar de Wet bleek niet te werken. Het N.T. leert duidelijk dat door de zwakheid van de menselijke natuur de Wet niet in staat was van ons andere mensen te maken (Rom. 8:3). Daarvoor was een hartsverandering nodig (door het offer van Jezus) en een nieuwe geest: de Heilige Geest.

Rom. 8:14: ‘want allen die door de Geest van God geleid worden, zijn zonen van God’.

Jer. 31:33: ‘Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk’.

Ez. 36:27: ‘Mijn Geest zal ik in jullie binnenste geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen.’

 

Door de kracht van de heilige Geest worden wij van mensen die naar de buitenkant leven, mensen die van binnenuit veranderd worden.

 

Pinksteren, oogstfeest

Het binnenhalen van de oogst markeert ook de start van de eindtijd: die is begonnen toen Jezus aan het kruis de overwinning heeft behaald en die eindigt als Jezus terugkomt als de komende Koning.

En in de tussenliggende periode leidt de heilige Geest de gelovigen en de kerk op haar weg met Christus.

In zijn toespraak in Jeruzalem citeert Petrus Joël 2 om een verklaring te geven van wat er plaatsvindt: ‘Dit is het…waarvan Joël gesproken heeft!’. Hij refereert hierbij heel duidelijk aan de ‘grote en geduchte dag van de Heer’ (2:31), nl. aan de ‘eindtijd’. De uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren luidt als het ware de eindtijd in waarin de oogst wordt binnengehaald.

De kerk zonder de heilige Geest kan niet als kerk leven en functioneren en al helemaal niet aan haar opdracht voldoen.

 

Op weg naar de Grote en geduchte dag….

In Maleachi 4:1-6 worden Mozes en Elia genoemd, de beide vertegenwoordigers van het Oude Testament. Ze komen ook voor op de ‘berg der verheerlijking’ (Markus 9:4).

De Wet is vervuld in Christus, leert de Bijbel. Maar Elia wordt genoemd als de voorbereider voor de Heer. In Matth. 11:10-14 identificeert Jezus Johannes de Doper als de ‘Elia die komen zou’, de wegvoorbereider voor de Christus.

Op dezelfde wijze is de N.T.-ische kerk de wegvoorbereider voor de tweede komst van Jezus. Als Johannes roept de kerk de mensen op om zich te bekeren… voordat de grote dag van de heer komt.

Een kenmerk van Elia was dat hij een zeer bovennatuurlijk leven leefde, vol van de heilige Geest en vol van wonderen en tekenen.

God heeft de kerk de heilige Geest gegeven om niet alleen door de Geest te leven, maar ook om op bovennatuurlijke wijze de bode van Christus te kunnen zijn.

Daarom spreekt de Bijbel in verband met de Heilige Geest over bovennatuurlijke gaven (klanktaal, profetie) en wonderen en tekenen.

 

Slot: De uitdaging….

 

Willen we als kerk, als gelovigen mensen zijn die tot Gods tevredenheid leven, of willen we een kerk zijn, waarin God bovennatuurlijk kan werken door Zijn Geest en wonderen en tekenen kan doen.

 

Geloven we in de kracht van de Heilige Geest of is het slechts een theologisch dogma dat ‘er nu eenmaal bijhoort’?

Heb jij een verlangen om vervuld te zijn met de heilige Geest en het verschil te maken?