Schild des geloofs

Joop preekt over het Schild des geloofs.

We zijn bezig met een serie over de ‘wapenrusting van God’. Tot dusver gesproken over:

·        De gordel van de waarheid

·        Het harnas van de gerechtigheid

·        De schoenen van de ijver voor het evangelie dat vrede brengt.

 

Na de uitvoerige theologische uiteenzettingen in deze brief, gevolgd door praktische uitwerkingen, is dit gedeelte uit de Efeziërsbrief een soort ‘laatste advies’ hoe in het dagelijks leven te staan. Vandaar, het begin: ‘ten slotte….’.

 

Lezen: Efeze 6:10-20:

10 Ten slotte, wees krachtig in de Here en in de sterkte van zijn macht. 11 Doe de wapenrusting van God aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen van de duivel, 12 want wij hebben niet te worstelen tegen mensen van vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse regionen. 13 Neem daarom de wapenrusting van God, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en door dit alles gedaan te hebben, stand te houden.

14 Stel je dan op, met de waarheid als gordel om je heupen, bekleed met het pantser van de gerechtigheid, 15 de ijver voor het evangelie van de vrede als schoenen aan je voeten; 16 neem bij dit alles het schild van het geloof ter hand, waarmee je al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven. 17 Draag ook de helm van de redding en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen, het woord van God. 18 En bid daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest. Blijf waakzaam en smeek met volharding voor alle heiligen. 19 Bid ook voor mij, bid dat God mij de juiste woorden in de mond legt om vrijmoedig het geheim bekend te maken van het evangelie, 20 waarvoor ik een gezant ben in boeien. Bid dat ik er vrijmoedig over kan spreken zoals ik behoor te doen.

 

Andere vertalingen vers 16:

– Neem naast dit alles het schild van het geloof op om daarmee de vurige pijlen van de vijand tegen te houden (New Living Translation).

 

– Neem onder alle omstandigheden het schild van het geloof op, waarmee je alle brandende pijlen van de vijand kunt doven (ESV).

 

Epipas = bij dit alles, naast dit alles, in alles, bij alle dingen.

Twee interpretaties mogelijk:

·        Naast de andere delen van de wapenrusting

·        In elke omstandigheid

 

Beide interpretaties zijn mogelijk:

·        Je wapenrusting is niet compleet zonder het schild van het geloof

·        Je moet het schild hanteren als het nodig is (in alle omstandigheden)

 

Er zit een soort tweedeling in deze wapenrusting: de eerste drie (gordel, harnas, schoenen) zou je een soort standaarduitrusting van de militair kunnen noemen. De laatste drie (schild, helm en zwaard) zijn de meer actieve uitrustingsdelen, gericht op de oorlogvoering.

 

Standaard geldt voor alle gelovigen:

De riem van de waarheid die stevig om je heen moet zitten, want daar hangen de wapens aan (Teun). Die waarheid is Jezus , is de waarheid van Jezus versus die van de wereld. In welke waarheid geloof je?

Het borstharnas van gerechtigheid is een zaak van leven of dood (Chris). Zonder harnas zullen we niet overleven. Ons harnas is de gerechtigheid die we hebben ontvangen in Christus Jezus, waarmee we niet alleen vergeven zijn en toegang tot God hebben, maar waarmee we rechtvaardig zijn verklaard (als Jezus)!

In de praktijk betekent dit dat je je in alles op Jezus beroept: jouw rechtvaardiging is Gods werk, daar heb je niets aan toegevoegd. In de geestelijke strijd kun je je alleen op je rechtvaardiging door het geloof in Christus beroepen: er is geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn (Rom. 8:1).

De schoenen van de ijver voor het evangelie moeten deugdelijk zijn (Arie). Het gaat hier om je bereidvaardigheid om het evangelie te verspreiden, maar ook het voorbereid zijn hiertoe. Zoals Petrus zegt: altijd bereid tot verantwoording aan al wie je rekenschap vraagt van de hoop, die in je is (1 Petr. 3:15). Niet alleen bereid tot, maar ook voorbereid op de strijd, tot vrede brengen.

Het evangelie van vrede gaat over Christus, want Hij is onze vrede!

Maar daarmee heb je de strijd nog niet gewonnen. Je hebt meer delen nodig!

Het doel van een leger was niet in de eerste plaats om zich te verdedigen, maar om een oorlog te winnen, om land te veroveren. In Bijbelse termen:  om het Koninkrijk van God te verbreiden.

Het Koninkrijk van God verbreiden =

·        als individu en als kerk groeien in geestelijke volwassenheid

·        dat God groter wordt in ons leven (vgl. Johannes de Doper) en daarmee geëerd wordt ten overstaan van alle macht en overheid

·        Terug te roven wat verloren gegaan is (het evangelie verkondigen, wonderen/tekenen, goed doen). M.a.w. dat het Koninkrijk van God steeds meer terrein wint.

Maar terwijl je oorlog voert, moet je je ook verdedigen, want satan, onze tegenstander gaat rond als een brullende leeuw, zoekend wie hij zal verslinden (1 Petr. 5:8). Het gaat er niet om of satan je misschien gaat aanvallen, dat is zijn doel: hij zal je aanvallen, want daarmee hoopt hij het werk van God te vernielen!

Dus terwijl we ‘op oorlogspad’ zijn, moeten we niet naïef zijn, satan is ook op oorlogspad: Vrienden, sta niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat. Wat u overkomt, is niets uitzonderlijks (1 Petr. 4:12).

Overal waar wij op pad gaan om de ‘vlag van het Koninkrijk’ te planten, zullen we tegenstand ontmoeten. Daarom eindigt dit gedeelte ook met bidden: niet alleen voor jezelf, maar ook voor alle heiligen, want we zijn samen in oorlog!

De drie laatste uitrustingsstukken zijn dus: schild, helm en zwaard.

 

Het schild van het geloof

Het schild was bedoeld om niet alleen het hele lichaam (of in ieder geval de borst) te bedekken, maar ook het wapentuig, want als je je wapens verspeelde, was je kansloos. Het schild is dus een soort ‘overall’ wapentuig, iets dat je altijd en overal nodig hebt, zowel in de verdediging als in de aanval.

Daarom moet je weten wat geloof is.

Geloof is niet een bepaald gevoel of emotie, dat opgewekt moet worden om iets te kunnen bereiken.

Geloof is een onwrikbaar vertrouwen in God, dat Hij zal doen wat Hij beloofd heeft: Laten wij de belijdenis van wat wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw…. (Hebr. 10:23).

Geloof is ook de zekerheid dat het gaat zoals beloofd en het bewijs van datgene wat nog niet tot stand gekomen is (Hebr. 11:1).  Voorbeelden:

·        geloof in de ‘Opstanding van het lichaam’ (Apostolische Geloofsbelijdenis – 2e eeuw).
‘En bij zijn komst moeten alle mensen wederopstaan met hun lichaam en rekenschap afleggen van hun eigen daden’ (Geloofsbelijdenis van Athanasius – 4e eeuw.

·        Geloven dat Hij onze zonden vergeven heeft (1 Joh. 1:9)

·        Geloven dat Hij ons zal bewaren in de verzoeking (1 Kor. 10:13)

·        Geloof dat Hij ons zal leiden door Zijn Geest (Joh. 16:13)

·        Geloof dat Hij zal verhoren als wij bidden (Matth. 7:7).

 

Geloof is dus een rotsvast vertrouwen op de trouw van God, dat Hij is wie Hij zegt en doet wat Hij zegt: Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen (1 Thess. 5:24).

Geloof is dus een besluit; net zo als je een schild ‘ter hand’ kunt nemen, kun je besluiten om op God te vertrouwen. Daar heb je geen gevoel voor nodig, alleen een vastberaden besluit.

 

‘Soorten’ geloof

Er zijn in zekere zin ‘soorten’ van geloof:

Geloof waardoor we gered worden: Want door genade ben je behouden, door het geloof, en dat niet uit jezelf: het is een gave van God; niet uit werken opdat niemand zich beroemt (Efez. 2:8,9).

Geloof waaruit we leven: En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers, de rechtvaardige zal uit geloof leven. Maar bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven (Gal. 3:11,12). Zie ook de geloofshelden uit Hebr. 11: ze leefden en stierven in het geloof!

De geestelijke strijd is een onderdeel van ons dagelijks leven en niet een speciaal iets. En om te kunnen leven (Houd dus stand), heb je geloof nodig.

Geloof in de hoop die voor ons ligt: de Opstanding ten eeuwigen leven en voor altijd met God verenigd in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Geloof is niet slechts voor nu, maar ook voor wat gaat komen: Als wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen (1 Kor. 15:19; zie ook Kol. 1:4,5; Titus 1:1,2).

De verkondiging van het evangelie hield voor de apostelen ook in dat ze spraken over het geloof in de Opstanding der doden, als Jezus terugkomt (Hand. 4:2; 17:18; 24:15). Zie ook: En daar Paulus wist, dat het ene deel behoorde tot de Sadduceeën en het andere tot de Farizeeën, riep hij in de Raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de hoop en de opstanding der doden (Hand. 23:6). Dit was niet alleen maar een ‘slimmigheidje’ van Paulus, maar zijn oprecht geloof.

Het geloof in de Opstanding der doden aan het eind van de tijd als Jezus terugkomt, is het sluitstuk van Gods herstel van Zijn schepping!

Geloof, de drijvende kracht

of reduceren tot slechts een kracht of wat we nodig hebben om wonderen te doen, of eenmalig om behouden te worden, doen we geloof tekort.

Geloof is de drijvende kracht in ons dagelijks leven (vgl. Hebr. 11). Gedurende de strijd legde een soldaat zijn schild niet even weg; het was altijd paraat. Op het moment dat hij het nodig had, was het er.

Een soldaat was altijd bereid om in de aanval te gaan, of om zich te verdedigen.

Onze opdracht is om het Koninkrijk van God te verbreiden, dat gaat niet zonder strijd; strijd in ons denken, tegen bovennatuurlijke krachten en strijd om het behoud van zielen.

Geloof is niet een doel op zich, maar het middel om behouden te worden en om als burger van een rijk in de hemel te kunnen leven.

Maar nu, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, heb je tot vrucht je heiliging en als einde het eeuwige leven (Rom. 6:22). 

Geloof is essentieel, een voorwaarde om als kind van God te kunnen standhouden en te kunnen leven:

Zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn, want wie tot God komt moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken (Hebr. 11:6).

Hoe staat het met jouw geloof??