Tijd


 

Inleiding

Prediker is op zoek naar de zin van het leven, het leven dat zich onder de zon bevindt. Zijn stelling is: alles is ijdel/leeg. Met de retorische vraag: Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen?

Vervolgens doet Prediker toch een poging de zin van het leven te ontdekken wat onder de zon is. De conclusie is op elk terrein dat het zwoegen is niet tot bevrediging leidt.

Over alle onderwerpen hebben we inmiddels gezien welke meerwaarde het heeft om God te betrekken in je leven. Dat doet Prediker zelf niet, maar doen de predikers wel. In hoofdstuk 3 betrekt Prediker wel concreet God bij het leven.

 

Prediker 3:1-15

Hoofdstuk 3:1-15 is een soort intermezzo. Vers 16 laat zien dat Prediker weer verder gaat met z’n zoektocht. Het intermezzo kan in twee stukken geknipt worden, vers 1-10 en 11-15. Er zit een enorm contrast tussen deze twee delen! Het eerste deel is het menselijke perspectief op de tijd, het tweede deel verpakt Gods perspectief op de tijd.

 

Lezen Prediker 3:1-15 (Herziene SV)

 

Het menselijke perspectief op de tijd

 

Structuur

Vers 2 t/m 8: twee paren van tegenstellingen, die de (zinloze) repeterende processen herhalen, die te vinden zijn onder de zon. De eerste verzen doen denken aan de film ‘About a boy’, waarin een rijke stinkerd zijn leven opdeelt in units om de saaiheid en sleur tegen te gaan. Hier deelt Prediker de tijd in units, die elkaars tegenstellingen zijn.

 

Vers 2:begin versus einde > vb leven zelf

3: verkorten versus verlengen > vb vechten tegen ziekte versus elkaar doden

4: verdriet versus blijdschap > vriendschap en slecht nieuws berichten

5: toekeren versus afkeer > vb huwelijken

6: focussen versus laten gaan > voornemens

7: rouwen versus draad weer oppakken > overlijden en draad weer oppakken

8: haat/oorlog versus liefde/vrede > elke dag in het nieuws

 

Vul de onderwerpen voor jezelf in.

Principe: het positieve wordt weer opgeheven door het negatieve en vice versa. De balans is nul en daarom is het zo zinloos volgens Prediker. Het leven bestaat uit ‘plussen en minnen’ en uiteindelijk blijft het slechte gevoel hangen. Zijn conclusie is daarom ook retorisch: ‘Welk voordeel heeft hij die werkt, van datgene waarvoor hij zwoegt?’ Geen.

 

Opvallend is dat er een tijd is

1)      Voor elk ‘voornemen/wens/verlangen’: het zijn allemaal actieve werkwoorden. M.a.w. het overkomt de mens niet, we hebben er behoefte aan. Deze omschrijving betreft de bezigheden van de mens. Misschien kun je jezelf niet vinden in al deze omschrijvingen, maar wereldwijd is het zeker een realistisch beeld (zie journaal). Aan de ene kant is het goed dat de mens tijd neemt om bv te rouwen, aan de andere kant is het wrang te constateren dat mensen bewust oorlog voeren en rouw veroorzaken. Wat we elkaar niet wensen, doen we elkaar toch aan. Hoe zinloos is dat? Welk voordeel levert dit op?

2)      Van tijdelijke aard zijn: zie het woord ‘vastgestelde tijd’ of ‘seizoen’. Het heeft een begin en een einde. Aan de ene kant is dat een opluchting (in geval van kwaad), anderzijds een tegenslag (in geval van vreugde). Hoe frustrerend!

 

Conclusie: kijkend naar de tijd en bezigheden is het menselijk leven onder de zon is zinloos, zwoegen. Het is een tijd van goed en kwaad, terwijl we verlangen naar goed. Vers 9 grijpt terug naar de retorische vraag in de eerste verzen van hoofdstuk 1:

 

“Lucht en leegte, zegt Prediker,lucht en leegte, alles is leegte.

3 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven,

al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?”

 

Het Goddelijk perspectief (vers 11 en 15)

Prediker geeft een duidelijk Goddelijk perspectief op de tijd en betrekt God er nadrukkelijk bij. Vers 10 is een kantelvers en in vers 11 staat: “God heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt.” Dit vers verwijst naar Gods schepping.

 

Om dit hoofdstuk goed te begrijpen is het helpend een tijdlijn te maken.

 

tijdlijn

 

Het maken van eeuwige tijdlijn is lastig en moeilijk voor te stellen. God is eeuwig en christenen zullen voor eeuwig met Hem zijn. Vers 11 noemt nadrukkelijk dat we het werk van God wel kunnen plaatsen in de tijd, maar niet volledig kunnen begrijpen (we begrijpen het principe ‘eeuwig’, maar doorgronden het niet). God heeft ons (mens) inzicht gegeven in de tijd i.t.t. andere wezens.

 

Leg tijdlijn uit. Benadruk drie periodes: voor de zondeval, na de zondeval tot Jezus wederkomst, en na Jezus wederkomst.

 

Scheppingstijd: In die tijd heeft God alles voortreffelijk gemaakt. God schiep en na elke dag concludeerde Hij: ‘En God zag dat het goed was.’ En na het scheppen van de mens zei God zelfs: ‘Het was zeer goed.’ De mens had een paradijselijk leven. Adam en Eva hadden het goed met God en goed met elkaar. De tijd in het paradijs was een tijd van GOED: blije tijd, waarin mensen het goede deden.

 

Na de zondeval: van twee bomen mochten zij niet eten, waaronder de boom van kennis van goed én kwaad. Tot de zondeval wist de mens alleen wat goed was. Na de zondeval wist de mens ook wat kwaad was. Zie Gen 4: Kaïn en Abel. Prediker beschrijft dit meer dan treffend in het eerste deel! Het is een tijd van plussen en minnen, een tijd van GOED en KWAAD. Maar gelukkig: het is een vastgestelde tijd, met een duidelijk begin en een einde.

 

De tijd na Jezus terugkomst/tijd van oordeel/tijd na dit aardse leven: Herstel van de tijd voor de zondeval! Dit is wederom een tijd van GOED. Relatie tussen God en mens en tussen mensen onderling is volledig hersteld (‘alle minnen zijn niet meer aanwezig’).

 

Wij zitten in de tijd van GOED en KWAAD. Vers 15 openbaart ons het Goddelijke perspectief op de tijd en daarbij Gods diepste verlangen!

 

Wat er is, was er al (tijd van Goed en Kwaad)

Wat er zijn zal, is er al geweest (tijd van Goed)

God zoekt/verlangt naar wat voorbijgegaan is (God verlangt naar tijd van Goed)

 

Dit is in een notendop het grote werk/plan van God. Na de zondeval heerst er een tijd van goed en van kwaad. God heeft alles in het werk gezet om ‘de tijd van Goed’ weer terug te halen. Jezus is de brug naar de tijd van Goed. Wat een heerlijk vooruitzicht. Paulus: “Leven is voor mij Christus en sterven is voor mij winst!” Wat een vooruitzicht en een perspectief!

 

Vers 12 en 13

Alhoewel Prediker Jezus niet heeft gekend, denk ik dat hij het principe van Gods plan (terug naar de ‘tijd van Goed’) wel heeft begrepen. Hij heeft het doorleeft, getuige vers 12: “Ik heb gemerkt dat er voor hen niets beter is dan zich te verblijden en het goede te doen in hun leven.”

Twee adviezen zitten in deze zin:

1.       “zich te verblijden”: Met de mooiste toekomst in het vooruitzicht is deze blije houding niet zo verwonderlijk. Vergelijk het boeken van een vakantie. Vakantie is in principe een ‘tijd van Goed’. Zodra je je vakantie geboekt hebt (je weet dat je erheen gaat), is de voorpret begonnen. Met die houding zou een christen in het leven moeten staan.

2.       “het goede te doen”: Wat is dat? Kenmerkend voor de tijd in het paradijs was de goede relatie tussen God en mensen en tussen mensen onderling. Zie ook het tegenvoorbeeld van Kaïn en Abel, direct na de zondeval! Deze twee elementen omvat ook precies het Grote gebod dat Jezus geeft: “Heb de Here, uw God lief … en heb uw naaste lief als uzelf.” Jezus geeft feitelijk de opdracht ons te gedragen, zoals het was en zoals het ook weer zal zijn! Hoe simpel is het om het evangelie te prediken?!

 

Vers 12 is nog een advies, vers 13 is een aanmoediging het ook echt te gaan doen! Het goede genieten en te eten en te drinken. De opmerking eten en drinken vind ik opvallend.

Eten en drinken is wat mensen doen wanneer we van elkaar genieten. In NL slecht voorbeeld, maar in buitenland en in bijbelse tijd staat eten/drinken gelijk aan tijd van intiem contact en blijdschap. Denk bijvoorbeeld aan 1e gemeente: “zij aten elke dag met elkaar, in een geest van eenheid en vreugde”. Wanneer er iets te vieren viel in bijbelse tijd, werd er gegeten. In onze tijd is dat niet anders.

Maar eten en drinken is ook de metafoor, die de bijbel gebruikt om de goede relatie tussen God en mensen te benadrukken. Jezus is ‘God in het vlees’. Zie Open 3:20: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.” En verder in Openbaring: eten van de Boom des Levens en “Wie dorst heeft, drink van mij’ etc. En zie het Avondmaal zelf!

Alsof God zeggen wil: eten en drinken en het goede genieten is de aanwijzing dat de relatie tussen God en mensen en tussen mensen onderling weer hersteld is.

 

Vanwege het goddelijke perspectief dat we hebben, is er juist in deze tijd van Goed en Kwaad reden tot genieten!

Tot nog toe was steeds de conclusie dat het leven onder de zon leeg was. Maar juist hier geeft Prediker het advies te genieten van het leven. Alles onder de zon is leeg, maar met Gods perspectief erbij vindt er een ommezwaai plaats. De context, waarin hij dit zegt, is God gerelateerd! Goed verlangt naar wat voorbijgegaan is en dat geeft zin!

 

Contrast (vers 14)

Zie de contrasten tussen het aardse leven in een tijd van goed en kwaad en het hemelse leven van goed! Het aardse leven is tijdelijk, zinloos, zwoegen. Het leven wat God aan het voorbereiden is – en zoals Hij het ook van oorsprong bedoeld heeft – blijft voor eeuwig, heeft zin (geen plussen en minnen, maar plus). Alles wat God doet, blijft voor eeuwig. Het is perfect: er is niets aan toe te voegen en niets aan af te doen.

 

Dit grote plan van God en de uitvoering daarvan zorgt voor een groot ontzag voor God. Dat is ook de waardering waar God naar op zoek is en waar Hij recht op heeft! “God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht”. Dit is een verwijzing naar het einde van het boek en ook het advies (12:13): “Vrees God”.

 

Toepassing

Het uiteindelijke advies van Prediker is je te verblijden in het leven en het goede te doen. Dit advies staat haaks op het advies: ‘Pluk de dag’ of ‘Ik leef maar één keer, dus ik neem het ervan!’. Deze tips komen voort uit een beperking (je leeft maar tijdelijk) en een ik-gerichtheid. De oproep van Prediker is meer: geniet van het leven, want er komt iets veel mooiers aan! De tijd hier op aarde is voorpret/voorspel: “..mijn sterven is winst!” zegt Paulus. Betrekken van God in je leven en daarmee ook Gods perspectief op de tijd geeft doel en zin aan je leven, niet voor een tijdje maar voor eeuwig.

 

1.       Voor de meesten van ons geldt dat in het leven het glas voor de helft gevuld is. Voor een christen is het glas echter half vol en niet half leeg. Gegeven de hoop, die in ons is en de toekomst die ons wacht, is er elke dag reden om te genieten. Wanneer je snel zeurt en klaagt, overdreven zorgen maken, richt je je meer op de tijd van GOED en KWAAD (waarin omstandigheden hier bepalend zijn) dan op de tijd van GOED. Hoe sta je hierin? Het verandert je levensperspectief. Bespreek dit is in KG.

 

2.       De moeilijkheid is dat soms het leven weinig reden heeft tot genieten. Dan is genieten van het leven een hele opgave. Dit betekent dat we niet tegenslagen overschreeuwen met het evangelie, maar dat we ook tijd nemen stil te staan bij tegenslagen: tijd om stuk te scheuren (rouwen) en een tijd om dicht te naaien (draad weer oppakken). Voorbeeld: Jezus en Lazarus en de tijden van rouw in de bijbel. Zie het principe van zorg/missie: het doel is niet dat jij centraal staat in jouw leven, maar God.

 

Zie vers 13b: genieten van het leven en het goede doen is een gave van God. Deze levenshouding is niet het gevolg van jarenlang gezwoeg, maar is een geschenk van God. Hoe genadevol is dat? Richt je dus in de eerste plaats op God zelf en raak onder de indruk van wie Hij is (“Vrees God”). Ook daarvoor is een tijd in dit leven… Is er tijd in jouw leven om onder de indruk te raken van Hem? Bid hierom! En handel ernaar, zoek het op. Voor iedereen kan deze manier verschillen, accepteer dat van elkaar.

 

3.       Zie dat genieten van het leven en het goede doen het evangelie prediken is! Je getuigt van de hoop, die in je is en je predikt hiermee Gods grote plan: God verlangt naar wat voorbijgegaan is.