Vrij!: God is erbij als je pijn hebt

Teun spreekt over pijn, lijden en God’s nabijheid in de serie Vrij!. 

(Audio is door een technisch mankement helaas niet beschikbaar.)

 

We zijn bezig met een serie met de titel ‘Vrij!’. We hebben de afgelopen drie weken een inleiding gehad. Daarin werd uitgelegd dat:

  • De bijbel is het verhaal van God, ons leven is onderdeel van Zijn verhaal
  • God is degene die bevrijdt – Hij stuurt Zijn Zoon
  • Alles in ons leven draait om: wie aanbid je?

 

Met deze preek maken we na de inleiding een begin met de serie ‘Vrij!’. De kernthema’s die we de komende tijd  gaan behandelen zijn:

  • Als je lijdt: God is dichtbij -> vandaag
  • Hoe lang nog?
  • In onze ellende geeft Hij alles
  • Vrij en dan: een nieuw leven
  • Keuzes
  • Gods genade ondanks ons
  • Een trouwe God
  • Het doel: Gods beloofde land

 

Als leidraad voor deze serie gebruiken we het verhaal uit Exodus. Waarin het volk Israël van het lijden bevrijd wordt door God.

 

Een verhaal over lijden van een volk. Omdat de bijbel het verhaal van God is, is dit verhaal het verhaal van God over bevrijding. De geschiedenis van de bevrijding van Israël uit Egypte staat model voor hoe God bevrijdt. Het is het model dat we in de bijbel terugzien in Jezus, die volledige volmaakte bevrijding bracht zodat mensen weer in vrijheid met God kunnen leven.

 

Model voor bevrijding, hoe God bevrijdt:

Exodus – Jezus – ons

 

Aan de hand van dit model kijken we naar ons lijden en wat God hierin wil betekenen en wat wij hiermee moeten.

 

Exodus 1:6-14 Toen Jozef gestorven was, en ook al zijn broers, en heel die generatie, werden de Israëlieten vruchtbaar en breidden zij zich overvloedig uit. Ze werden talrijk en uitermate machtig, zodat het land vol van hen werd.
Toen trad er in Egypte een nieuwe koning aan, die Jozef niet gekend had. Hij zei tegen zijn volk: Zie, het volk van de Israëlieten is talrijker en machtiger dan wij. Kom laten wij er verstandig tegen optreden, anders zal het talrijk worden en, mocht het zijn dat er een oorlog uitbreekt, dan zal het zich ook bij onze vijanden aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken. En zij stelden daarom opzichters van herendiensten over het volk aan om het door zijn dwangarbeid te onderdrukken. Het bouwde voor de Farao voorraadsteden: Pitom en Raämses. Hoe meer zij het echter onderdrukten, hoe talrijker het werd en hoe meer het zich uitbreidde, zodat zij in angst verkeerden vanwege de Israëlieten. De Egyptenaren lieten de Israëlieten met harde hand voor zich werken. Zij maakten het leven bitter voor hen door hen zwaar werk te laten verrichten met leem en bakstenen, en door allerlei werk op het veld: al hun werk, waarmee zij hen moesten dienen, met harde hand.

 

 

Niemand blijft het lijden bespaard.

 

Iedereen heeft een geschiedenis, een verhaal. Je maakt dingen mee die je vormen en gevormd hebben. Leuke dingen, maar ook minder leuke dingen. Sommige gebeurtenissen waren ronduit verschrikkelijk misschien. Hoe klein of groot de ellende en pijn is geweest (of is er nu), we hebben er allemaal mee te maken. Het lijden gaat aan niemand voorbij. Lijden is een gegeven waar we mee te maken hebben of krijgen. Als het je niet persoonlijk overkomt, is er wel iemand in je buurt die iets overkomt. En dat kan je raken

 

Voorbeelden van mensen die lijden met verschillende aanleiding en hun vragen:

 

Werkloosheid is nu een groot probleem. Ook bij ons. Sommige mensen lukt het niet om een vaste baan te krijgen. Je solliciteert, je denkt na over wat je zou willen doen, wat je kunt. Om je uitkering te houden moet je minimaal drie sollicitaties in de week versturen. Je vindt het ook je plicht, je  verantwoordelijkheid om veel tijd en energie te steken in het zoeken van een geschikte baan. Je voelt ook de druk van je omgeving/samenleving op je schouders. De druk van het “feit” dat je niet nutteloos op de bank mag zitten en wel iets moet bijdragen aan de samenleving. De norm is dat we voor onszelf zorgen. Als je geen baan hebt, zal er ook wel iets aan je mankeren. Ondanks dat je er alles aan doet, krijg je alleen maar afwijzingen. Je doet je best, maar het lukt niet. Dit doet wat met je gevoel van eigenwaarde. Je voelt je nutteloos, je voegt niets toe, je bent niemand. Je hebt het niet in de hand en je wordt er moedeloos van. Je voelt je er ellendig door.

Je vraagt je misschien af waar God is.

Je voelt je schuldig omdat je in het verleden niet altijd de verstandigste keuze hebt gemaakt. Je had je opleiding af moeten maken. Schuldig omdat je niet altijd zin hebt om te solliciteren. Je had minder lui moeten zijn. Je voelt je schuldig over de vraag of God je wel ziet, omdat je verdiend hebt dat je werkloos bent en dat God het niet verandert.

 

Of je hebt wel een baan en je bent gezond. Je hebt zelf geen grote problemen. Alles lijkt je voor de wind te gaan. Jou wel, maar je zus is gediagnosticeerd met een psychische aandoening. Je moet aanzien hoe deze ziekte je zus beperkt in haar doen en laten. Ze kan geen baan krijgen, sociale contacten zijn moeilijk te onderhouden, ze is eenzaam. Dat doet je pijn. Je voelt je machteloos omdat je haar situatie niet kunt veranderen, maar je zou het zo graag willen.

“Waar is God?” vraag je je af. Je ziet niet in hoe dit lijden past in het goede plan van God. Het is allemaal zinloos! Je mag van jezelf deze vraag dus ook niet stellen.

 

Weer iemand anders heeft net samen met haar man een kind gekregen. Geweldig! Je keek er zo naar uit om zelf moeder te zijn. Alles heb je voor elkaar gemaakt. Het huis, de inrichting, tijd. En dan komt het kind en jullie zijn dolgelukkig. Het kindje is gelukkig gezond, maar de bevalling heeft een grote fysieke impact op jou. De eerste weken kun je het nog verklaren en er mee leven. Na een maand of twee ga je naar de fysiotherapeut en doe je oefeningen. Anderhalf jaar na de bevalling heb je nog steeds last van pijn van de bekkeninstabiliteit. Het kind is geweldig en je denkt over meer kinderen, maar je bent ook bezorgd over je eigen gezondheid.

Je gelooft dat God je dit wonder heeft gegeven. Je bent aan de ene kant dankbaar en aan de andere kant is het echt een zware opgave. In je onbegrip roep je het uit: “Waar bent u God?”. deze vraag vind je misschien ook wel moeilijk om te stellen, want hoezo zou God naar jouw kleinigheden omzien? Is God niet met veel belangrijkere dingen bezig?

 

We kunnen deze voorbeelden aanvullen met honderden verhalen. Iedereen hier heeft een verhaal. Het ene verhaal is heftiger dan het andere. De conclusie is dat het lijden niet beperkt blijft tot slechts een aantal slechte mensen. Ellende raakt iedereen. Ellende is er in verschillende mate. De aanleiding is verschillend. De worsteling ermee is hetzelfde. Dezelfde vragen.

Wat is jouw verhaal? En hoe ga je om met de vragen die je hebt?

 

Vragen. Zijn er ook antwoorden?

 

We zoeken nu niet naar verklaringen voor het kwaad, of waarom een goede en almachtige God het lijden toestaat. We zoeken nu naar een antwoord op de vraag: waar bent u God?!. Dit is een vraag van het hart. Een vraag naar vertrouwen. Kan ik vertrouwen op een God in het leed waar ik mee zit? Is God werkelijk de grote afwezige? Vragen die twee dingen met je kunnen doen: cynisme of zoeken naar God.

 

Dit waren ook de vragen dat het volk Israël had.

 

Het vertrouwen van het volk Israël was geschaad. Ze waren van gewenste helden gedegradeerd tot onderdrukte slaven. Degene die hen moest beschermen ging hun onderdrukken. Ze hadden veiligheid en voorspoed bij de koning van Egypte gezocht, maar ze vonden uiteindelijk afranseling en honger. Het vertrouwen was weg. En daarom schreeuwden ze het uit in hun ellende.

 

Hoe was het verhaal van Israël ook alweer?

 

Jozef werd verkocht door zijn broers, maar werd een held in Egypte, omdat hij een voorraadsysteem  voor het land opzette. Het land bleef de ellende van een hongersnood bespaard en kon voorzien in eten voor de buurlanden, dankzij Jozef. God leidde Jozef door een reeks van verschrikkelijke gebeurtenissen om hem te gebruiken voor de voorspoed van veel landen. Jozef ging zo van afgedankte broer naar nationale held.

 

Na de dood van Jozef kwam er een nieuwe koning die Jozef niet gekend had. De nieuwe farao betekent een ommekeer in de status van het volk Israël. Het volk kon voorheen in vrede leven in het land Egypte. In de bijbel lezen we dat het volk groeide in aantal van een familie van ongeveer 70 mensen naar een groot volk. Meerdere generaties en verschillende farao’s later vond de farao in ons verhaal dat hij moest ingrijpen, ertegen optreden. “Zie: het volk van de Israëlieten is talrijker en machtiger dan wij”. Straks wordt het oorlog en zullen ze aan de zijde van onze vijanden tegen ons vechten. Dat moeten we niet hebben. We kunnen ze beter uitbuiten, onderdrukken zodat ze niet te groot worden. Daar waar God voorspoed bracht door een groot volk, ziet de koning bedreiging. Het volk ging van Nationale held naar onderdrukte slaaf. Het volk zat in diepe ellende.

 

De bijbel is het verhaal van God, maar dan lijkt er een grote afwezige in dit verhaal in Exodus. De schrijver van Exodus stelt als het ware een vraag zonder het uit te spreken. De leegte op het papier schreeuwt het haast uit: Waar bent u God?!.

 

En God hoorde, zag en ontfermde Zich

 

Exodus 2:23-25 Het gebeurde vele dagen daarna, toen de koning van Egypte gestorven was, dat de Israëlieten zuchtten en het uitschreeuwden vanwege de slavenarbeid. En hun hulpgeroep vanwege de slavenarbeid steeg omhoog tot God. Toen hoorde God hun gekerm, en God dacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak en met Jakob. En God zag naar de Israëlieten om en ontfermde Zich over hen.

 

Exodus 3:7 De Here zei: Ik heb duidelijk de onderdrukking van Mijn volk, dat in Egypte is, gezien en heb hun geschreeuw om hulp vanwege hun slavendrijvers gehoord. Voorzeker, Ik ken hun leed. Daarom ben Ik neergekomen om het volk te redden uit de hand van de Egyptenaren, en het te leiden uit dit land naar een goed en ruim land, naar een land dat overvloeit van melk en honing,

 

We lezen hier dat God het hulpgeroep hoort. En God dacht aan Zijn verbond met Abraham. God zag naar de Israëlieten om en ontfermde Zich over hen.

 

Als je dit oppervlakkig leest, kan het op je overkomen alsof God Zich iets herinnerde, dat Hij iets hoorde wat Hij daarvoor niet hoorde. Door de omstandigheden was het God een tijd ontgaan dat het volk in diepe ellende zat, maar eindelijk hoorde Hij ervan en kon Hij Zich ontfermen over Zijn volk.

Dat is niet wat de schrijver duidelijk wil maken. Juist niet. De woorden die hij gebruikt heeft om de omgang van God met het lijden van Zijn volk te omschrijven, zijn woorden van grote betrokkenheid.

 

In onze emoties kunnen we het uitroepen naar God: “Waar bent u God?”. Gods antwoord is een reactie van dichtbij, een antwoord van relatie, een antwoord van het hart. Ik zie je pijn, Ik weet er van, Ik ben er bij. Niet om er van af te zijn, maar om de ellende te dragen, op Zich te nemen.

 

Met dit volk heb ik een relatie. Met dit volk heb ik al eeuwenlang een verbond. Dit is Mijn volk. Ik kende jullie voorouders. Ik ken jullie. Jullie Zijn Mijn kinderen. Ik weet wat jullie doormaken.

 

God ontfermt Zich door een redder te sturen. Mozes wordt door God gestuurd met de opdracht om het volk uit Egypte te leiden, want God zal het redden.

We zien hier een parallel met Jezus die kwam om de hele wereld te redden. Mozes is hier het voorbeeld van de redding die Jezus gebracht heeft.

 

God weet er van al voordat je Hem geroepen hebt.

 

Jezus kwam om alle ellende en pijn op Zich te nemen en er mee af te rekenen. Jezus werd verraden, geslagen, onterecht veroordeeld, gedood en zelfs door Zijn vader verlaten. Wat was Zijn houding ten opzichte van het lijden?

  • Jezus erkende de pijn door het uit te spreken naar Zijn Vader. Hij was angstig en vroeg God of het aan Hem voorbij kon gaan. (Als het Uw wil is, laat het dan aan Mij voorbij gaan).
  • Verdooft de pijn niet met afleiding in verslaving.
  • Jezus heeft geen vrome antwoorden. Jezus geeft geen verklaringen.
  • Jezus gaat naar de Vader, die het ziet en hoort (Abba Vader, diepe intimiteit op het moment van grote ellende)

 

Het antwoord van God is dat Jezus de pijn en ellende in alle hevigheid op Zich genomen heeft.

 

Tom Wright schrijft het zo:

 

Jezus geeft geen verklaring voor de pijn en zorgen in deze wereld. Hij komt daar waar de pijn het hevigst is en neemt het volledig op Zich. Jezus verklaart niet waarom er lijden, ziekte en dood is in de wereld. Hij staat het niet toe om het probleem van het kwaad onderwerp te laten zijn van een seminar als in een klaslokaal. Hij staat het kwaad toe om Hem het slechtste aan te doen. Hij haalt alle energie uit het kwaad, Hij laat het kwaad stuklopen op Hem en Hij vervangt het door nieuw leven.

 

Dit is wat Jezus heeft gedaan aan het kruis. En voor iedereen die gelooft dat Jezus voor hem aan het kruis is gestorven is deze bevrijding/dit nieuwe leven beschikbaar.

 

Wat kun je er mee in je ellende?

 

  • Erken je pijn tegenover God (je kunt ermee bij Hem terecht)
  • Geen vrome antwoorden als verklaring/oplossing om er overheen te stappen
  • Zoek God, want Hij is erbij.
  • Laat Hem toe je pijn te veranderen en je nieuw leven te geven.

 

Werkloos en schuldgevoel?

  • Spreek deze gevoelens uit naar God. Wees eerlijk naar Hem. Hij is degene die je eigenwaarde geeft.

 

Zie je je zus lijden vanwege haar ziekte en vind je het allemaal zinloos?

  • Deel deze gevoelens met God. Vraag Hem Zich te ontfermen over de zinloosheid.

 

Maak je je zorgen over je gezondheid en vraag je je af of God hoort?

  • Maak je zorgen bekend bij God. Er is geen ding te klein of te groot voor Hem.

 

Eerlijk en oprecht over je ellende naar God: kwetsbaar, moeilijk, pijnlijk, maar worstel en zoek God, want als je pijn hebt, God is dichtbij.