Vrij!: Gouden Kalf; Vrijwillige slavernij

Joop gaat verder in de prekenserie over VRIJ! en heeft het over jezelf vrijwillig aanbieden voor slavernij aan de hand van de gebeurtenissen rondom het gouden kalf.

Inleiding:

We zijn bezig met een serie ‘Vrij/Free’ a.h.v. het boekje: Redemption; bevrijd door Jezus van de afgoden die we aanbidden en de wonden die we met ons mee dragen.

Dit doen we aan de hand van de verhaallijn van het boek Exodus, waarin God het volk Israël bevrijdt uit Egypte en leidt naar een geweldig mooi land, om daar te leven in vrijheid met God.

Er is een overeenkomst tussen het volk dat in slavernij leeft en gebracht wordt naar een land waar ze echt vrij zijn en het menselijk ras dat door de zondeval leeft in slavernij en binnengebracht moet worden in een land zonder zonde: het Koninkrijk van God.

Voor Israël was Mozes de Verlosser (die Gods plan ten uitvoer bracht) voor ons is dat Jezus. Het doel van Zijn komst was om mensen te verlossen van de macht van de zonde en de dood en ze weer te herstellen naar het oorspronkelijke plan dat God met hen had: in eeuwigheid in vrijheid met God leven.

Echte bevrijding betekent niet alleen een verandering in de uiterlijke omstandigheden (een leven als slaven in Egypte), maar vereist ook een innerlijke verandering: het slavenleven had zich ook geworteld in hun denken en hun emoties (hoofd en hart): dit is wat ze kenden en waar ze zich vertrouwd mee voelden!

De reis door de woestijn diende om juist de innerlijke slavernij kwijt te raken: ze zagen God aan het werk, de omstandigheden vroegen om een voortdurende keuze en bekering (zoals het bittere water en het manna).

In zekere zin was deze innerlijke bevrijding niet geslaagd: uiteindelijk is deze hele generatie op twee man na omgekomen in de woestijn en heeft de vrijheid die beloofd was, nooit gesmaakt.

De nieuwgeboren generatie ging pas het beloofde land binnen.

Ook dit is een verwijzing naar Christus: Joh. 3:3: Jezus antwoordde Nicodémus: waarachtig, Ik zeg je, tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.

M.a.w. de enige manier om in vrijheid te leven is een nieuw mens te worden: een nieuwe generatie, opnieuw geboren worden.

Zelfs in het O.T. (voordat Christus gekomen was) wordt deze conclusie al getrokken: Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden. 26 Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. 27 Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. (Ezech. 36:25-27).

Dit is het grote verschil tussen de uittocht uit slavernij van het oude Israël en het nieuwe volk dat God door Christus uit de slavernij leidt:

De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit, 32 een ander verbond dan ik met hun voorouders sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond verbroken, hoewel ze mij toebehoorden – spreekt de HEER. 33 Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. 34 Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de HEER kennen,” want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al – spreekt de HEER. Ik zal hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan. (Jer. 31:31-34).

Ónze verlossing komt niet door hard ons best doen, maar door de goede keuzes te maken en in die zin is het verhaal van Exodus een hulp voor ons. Daar zien we voortdurend hoe Israël op kritieke momenten voor een keus komt te staan: zich tot God keren óf toegeven aan hun eigen denkpatronen.

Mannen als Jozua en Kaleb kozen voor God en Hij beloonde dat.

Ook wij kunnen kiezen voor God en Hem door de Heilige Geest ons leven laten veranderen.

Daarover gaat de preek van vandaag.

 

Twee uitgangspunten bij bevrijding uit slavernij:

 

  1. Egyptian Fantasies.

 

In moeilijke omstandigheden kregen de Israëlieten een ander perspectief op het leven waaruit ze zojuist waren bevrijd: de vleespotten van Egypte.

Hun nachtmerrie veranderde in een dagdroom.

Ze veridealiseerden het leven dat ze achter zich hadden gelaten; dat bood zekerheid: er was water, er was voedsel, er was zekerheid (zie Ex. 15:24; 16:3).

Dit is het effect van zonde in ons leven: onze afgoden worden gezien als iets wat ons helpt, troost biedt en gelukkig maakt (denk aan porno) terwijl ze in werkelijkheid ons knechten en ons in het ongeluk storten.

 

  1. Gods aanwezigheid is er altijd

 

Al vanaf het begin van de uittocht liet God zien dat Hij voor hen zou zorgen en toonde Hij Zijn ontwijfelbare almacht (Gods voorzienigheid):

  • De wonderen die leidden tot de Uittocht
  • De doortocht door de Rode Zee (Schelfzee/Rietzee)
  • Het bittere water zoet maken (Mara)
  • De oase van Elim
  • Voorziening in eten door het manna (brood uit de hemel) en kwartels
  • Ordening van het dagelijks leven met leiding, rechtspraak e.d.
  • God openbaart Zich fysiek: overweldigend (Ex. 20:18-21).

 

Dus langzamerhand moesten de Israëlieten God wel wat kennen.

Maar in moeilijke tijden zochten ze niet automatisch God, maar datgene wat ze kenden: hun afgoden.

 

Dit is het beeld van veel mensen die verwonding met zich mee dragen of die moeilijkheden in het leven tegenkomen: in plaats van hulp te zoeken bij de Here, zoeken ze hun toevlucht in oude gewoontes en zonden.

Thema vandaag: Het Gouden Kalf; je vrijwillig aanbieden voor slavernij.

Lezen: Ex. 32:8-14:

Het volk wachtte lang op Mozes. Toen hij maar niet van de berg afkwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: ‘Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan,  want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.’ 2 Aäron antwoordde: ‘Neem dan uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.’ 3 Hierop deden alle Israëlieten zonder aarzelen hun gouden oorringen af en gaven die aan Aäron. 4 Alles wat ze hem brachten smolt hij om en hij goot er een beeld van in de vorm van een stierkalf. Het volk riep uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 5 Toen Aäron besefte wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de HEER zou zijn. 6 De volgende morgen vroeg brachten ze brandoffers en vredeoffers. Ze gingen zitten om te eten en te drinken, en stonden daarna op om uitbundig feest te vieren.

7 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. 8 Nu al zijn ze afgeweken van de weg die ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ 9 De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. 10 Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.’ 11 Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt u dan uw toorn laten woeden tegen uw eigen volk, HEER, dat u met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? 12 Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! 13 Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan ik gesproken heb zal ik hun voor altijd in bezit geven.”’ 14 Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.

Lang geleden in een eerdere preek heeft Emmanuel uitgelegd dat wij geschapen zijn om te aanbidden. Het gaat er niet om óf we aanbidden (dat is een feit), maar wie/wat we aanbidden:

 

  • Onszelf, onze eigen opvattingen, gedachten, idealen
  • Andere mensen of materie
  • Levensfilosofieën
  • Hardnekkig gedrag of zonden
  • De schepping ……. Of….
  • De Schepper

 

Terwijl ze beweren wijs te zijn, zijn ze dwaas 23 en hebben ze de majesteit van de onvergankelijke God ingewisseld voor beelden van vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren. 24 Daarom heeft God hen in hun lage begeerten uitgeleverd aan zedeloosheid, waarmee ze hun lichaam onteren. 25 Ze hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen. (Rom. 1:22-25)

 

Wat is een afgod?

De essentie van afgoderij is het vervangen van de waarheid door de leugen (zie Rom. 1:25). Dat is het fundament onder de zonde.

Vgl. deze tijd: wat vroeger zonde was, wordt nu verheerlijkt. Als je de leugen verklaart tot waarheid, doe je aan afgoderij. Dit is wat Israël deed: ze verklaarden de leugen van het Gouden Kalf als waarheid: Het volk riep uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ (Ex. 32:4).

Als we afgoderij begrijpen, begrijpen we ook veel waarom het fout gaat met mensen.

Tim Keller geeft in zijn boek Counterfeit Gods (valse goden) een aantal manieren om afgoderij te definiëren:

 

  • Alles wat voor jou belangrijker is dan God
  • Alles wat je hart en verbeelding meer in beslag neemt dan God
  • Al datgene waarvan je denkt dat dit kan geven wat alleen God kan geven (b.v. voldoening, vrede, genot)
  • Alles waarnaar je kijkt en diep van binnen zegt: ‘Als ik dat heb, zal mijn leven betekenisvol zijn, dan weet ik dat ik waarde heb, dan zal ik me zeker en van betekenis voelen’
  • Alles dat fundamenteler wordt dan God voor je geluk, betekenis in het leven en je identiteit.

 

En Keller werkt dit verder uit in een serie potentiële idolen die individuen en hele culturen beïnvloeden en besmetten (infecteren): liefde, sex, geld, macht, succes en religie.

Keller maakt verder verschil tussen ‘oppervlakte’ afgoden en ‘diepe’ afgoden. Voordat een afgod aan de oppervlakte zichtbaar wordt, leeft die al lang in het hart van iemand.

Veel zonde en verslaving aan zonde (oppervlakte afgod) is terug te voeren tot het verlangen om door de mensen geaccepteerd te worden, om daaraan je identiteit te ontlenen (diepe afgod).

Spr. 29:25: Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de Here vertrouwt, is onaantastbaar.

Voor Israël was het Gouden Kalf een oppervlakte afgod: meteen, tastbaar en zichtbaar. Maar deze vertaalde alleen hun diepere afgod: hun hang naar zekerheid en de tastbare aanwezigheid van God, die ze eigenlijk alleen door Mozes kenden.

Vgl. Toen Mozes maar niet terugkwam….. Hun antwoord: maak ons goden die we kunnen zien en die we kunnen volgen!

 

Waarvoor stond het Gouden Kalf?

  • Een afbeelding van een Egyptische god?
  • Een afbeelding van God Zelf (begrijpelijk en zichtbaar)?
  • Een voetstuk om Jahweh te verhogen, zodat ze zagen wie/wat ze aanbaden? (vgl. Ex. 32:4,5)

Hoe je het ook bekijkt: ze verruilden de aanwezigheid van de onzichtbare God voor een zichtbare afgod.

Dat doen christenen b.v. door kennis over God (theologieën, de nieuwste hype etc.) in de plaats zetten van hun relatie met God.

 

Meer Egyptenaar dan Israëliet

De kern is dat het volk ten diepste zich nog steeds meer Egyptenaar voelde dan Israëliet. Vgl. Stéphanus in Hand. 7:39: Maar onze voorouders wilden hem niet gehoorzamen: ze wezen hem af en verlangden terug naar Egypte.

In plaats van zich te realiseren dat ze in Egypte slechts op doorreis waren (vgl. Gen. 17:8 het land Kanaän was hun bestemming), hadden ze het tot hun thuis gemaakt. In hun denken had God hen uit hun ‘thuisland’ gehaald (hun identiteit, hun zekerheid en ‘comfort’) en hen een zwaar leven in de wildernis opgelegd; het werd gevoeld als een verarming!!

Zo zien helaas veel christenen zichzelf: ‘jij mag zeker niet…..?’.

 

Afgoderij gaat dus niet in de eerste plaats over slecht gedrag, maar over wat/wie je lief hebt.

Mensen die verslaafd zijn aan zonde hebben een soort haat-liefde verhouding met hun afgod: ze willen het niet, maar ze willen er ten diepste ook niet uit bevrijd worden.

De Bijbel spreekt in Hebr. 13 over de ‘misleiding van de zonde’: de zonde fluistert dat zij voor je zorgt en dat God dat toch niet doet.

En geloven wat satan fluistert, maakt dat we ons vrijwillig aanbieden tot slavernij! Dat is de les van Eva: niemand dwong haar van de vrucht te eten; ze wilde het, omdat ze geloof hechtte aan de misleiding van de zonde.

 

 

Het antwoord op afgoderij

Het antwoord is niet: beter je best doen, meer strijd leveren. Dat verandert alleen de buitenkant en niet het hart.

 

Wat bevrijdt ons echt van afgoderij?

  • God onthult de afgoden in ons leven. Hij laat ons zien waar het verlangen van ons hart ligt en waar het verlangen naar afgoderij vandaan komt.
     
  • God minimaliseert niet het gewicht van de zonde (vgl. Klaagl. 3:39: Wat klaagt dan een mens in het leven! Ieder (klage) over zijn zonde.), maar biedt ons een weg eruit aan door Jezus Christus.

De straf op de zonde is de dood. God is voornemens het volk uit te roeien, maar Mozes doet voorbede (32:11); hij pleitte voor het volk.

 

Mozes is hier een beeld van Christus:

Rom. 8:34: Wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit.

1 Joh. 2:1,2: Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2 Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.

 

Belangrijkste overeenkomst tussen de voorbede van Mozes en Christus is dat in beide gevallen Gods heilige karakter hooggehouden wordt en de zonde van het volk niet weggemoffeld.

Belangrijkste verschil is echter, dat Mozes in alle gevallen gespaard zou blijven voor Gods toorn (God wil zelfs met hem verder), terwijl Jezus de toorn van God op Zich neemt. Dat bedoelen we met verzoening.

 

 

Wat zijn de stappen om vrij te worden?

Als er geen voorbede voor ons gedaan zou worden, zouden we niet eens de gelegenheid hebben ons te bekeren. N.B. Mozes deed al voorbede voor het volk (op de berg) terwijl ze nog zondigden!

Christus stierf voor ons terwijl we nog zondaren waren (Rom. 5:8).

Gods genadevolle gave van vergeving maakt het mogelijk om ons te bekeren en om weer te genieten van de vreugde die Hij geeft.

Psalm 51:9,10: ‘Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw; 10 laat mij blijdschap en vreugde horen, laat het gebeente dat U verbrijzeld hebt, weer jubelen.’

 

Zes fasen in het proces van bekering

  1. Overtuiging

We moeten door de Heilige Geest en het Woord van God overtuigd worden dat we schuldig staan in onze zonde. Hier is sprake van een diepe overtuiging. Als we dit stadium te snel voorbijgaan, hebben we misschien spijt of angst voor de consequenties. Maar dat is niet hetzelfde als overtuiging van zonde: ‘Ik ellendig mens….’.

2 Kor. 7:10: Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood.

Wroeging of spijt voor de verkeerde ogen (die van onszelf of anderen) leidt niet tot verandering, dat is namaak. Uiteindelijk staat onze zonde alleen maar tegenover God: Tegen u, tegen u alleen heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen Ps. 51:6.

 

  1. Belijden

We moeten het met God eens zijn over onze zonde en die ook benoemen.

We zondigen niet in het algemeen, maar specifiek.

We moeten geen halfharige zondebelijdenis doen: ‘Toen ik hun om goud vroeg, deden ze meteen hun sieraden af en gaven ze aan mij. Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit tevoorschijn.’’ Ex. 32: 24.

We misleiden onszelf als we halve schuld belijden of anderen of iets de schuld geven. We moeten erkennen dat wij degenen zijn die de afgoden gecreëerd hebben.

 

  1. Bekering

Dit betekent ‘afkeren van’ en ‘toekeren naar’ (‘keer u af’, Hand. 2:38).

We moeten de afgoden met wortel en tak uitroeien. Maar dat is op zich niet voldoende: we moeten onze afgoden vervangen door ware aanbidding (Rom. 8:13). Daarvoor moeten we ons voeden met Gods Woord en bidden voor de inwoning van de Heilige Geest.

 

  1. Terug geven

Oprechte bekering maakt dat we weer ‘terug geven’ wat we van anderen ‘gestolen’ hebben door onze zonden. Vgl. Zacheüs: ik zal viervoudig vergoeden….

 

  1. Verzoening

Zonde brengt scheiding aan. Tussen God en mensen en tussen mensen onderling. Gods vergeving maakt vrede en verzoening mogelijk: eerst met God zelf en dan met anderen

 

  1. Blijdschap

Dit is de laatste stap in het proces van bekering: het resultaat.

Tim Keller: ‘Bekering zonder vreugde zal tot wanhoop leiden’. (vgl. Ps. 51:10).

 

Slot:

Het leven als christen gaat niet over goed doen of slecht doen, maar over het hebben van een heart-felt relatie met God.

Aanbidding/verafgoding zit in onze genen, want we zijn gemaakt om God te aanbidden. Als we echter andere mensen/dingen aanbidden gaat dat ten koste van onze relatie met God.

 

Mattheüs 6:24:

Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.

 

Wat zijn afgoden in ons leven? Waarvan zijn wij slaaf?

Zijn we overtuigd dat we als we in zonde leven God verlaten?

Is er een oprechte overtuiging in ons hart dat dit moet eindigen?

Dan zal God door Jezus Christus dat doen.