Vrij!: Veeleisend manna

Teun’s preek in de serie Vrij! 

We zijn bezig met een serie met de titel ‘Vrij!’. We volgen de verhaallijn van het boek Exodus, waarin God het volk Israël bevrijdt uit Egypte en leidt naar een geweldig mooi land, om daar te leven in vrijheid met God.

 

Een korte terugblik:

 

Het volk Israël leefde in slavernij. Het werd afgebeuld door Egypte. God zag Zijn volk en beloofde het te zullen bevrijden. God stuurde Mozes als degene die het volk uit Egypte zou moeten leiden. Maar in plaats van dat het beter ging, werd het slechter. De koning van Egypte luisterde niet naar Mozes en ging Israël nog slechter behandelen. Nog zwaarder werd het volk afgebeuld. God liet verschillende plagen over het land komen. Uiteindelijk liet de koning het volk gaan bij de tiende en laatste plaag; de dood van alle eerstgeboren jongens en mannen. God leidde het volk uit Egypte. Bij aankomst bij een zee die onmogelijk was om door te gaan, bedacht de koning van Egypte zich. Hij haalde het volk in met zijn leger om het terug te halen of te doden. Maar God versloeg het leger daar door het volk door de zee te leiden en het leger te laten verdrinken door diezelfde zee. Het volk Israël kon droog en ongeschonden door de zee komen.

 

Aan de overkant (de goede kant, in vrijheid) van de zee stond het volk aan het begin van de woestijn. De geschiedenis gaat daar in de woestijn verder.

 

Exodus 15 Van Mara naar Elim. Van een bron met bitter water Mara (zoet gemaakt door God) naar de oase Elim met 12 waterbronnen.

Van Elim de woestijn Sin ingetrokken. Het is de 15e dag van de 2e maand nadat God het volk uit Egypte geleid had.

 

Water was schaars. In plaats van een land van melk en honing dat God beloofd had was het volk nu in de woestijn met weinig water en weinig eten. Verschillende keren was het volk getest op hun vertrouwen op God en op Mozes. Hoeveel kon het volk nog verdragen?

 

Israël tegen Mozes: Waren wij maar door de hand van de Heer gestorven in Egypte toen we nog genoeg eten hadden. (Het volk vergat even dat het eten gepaard ging met slavernij.)

 

De Heer: Ik zal het brood laten regenen zodat ik het volk op de proef kan stellen of het naar Mijn wet handelt.

 

Mozes en Aäron tegen het volk: “vanavond zullen jullie weten dat de Heer jullie uit Egypte heeft geleid. Jullie zullen morgenochtend de heerlijkheid van de Heer zien, want Hij heeft jullie gemopper tegen Hem gehoord. Want wie zijn wij dat je tegen ons moppert? (2x)

 

De Heer tegen Mozes: Tegen het vallen van de avond zullen jullie vlees eten. In de morgen zullen jullie met brood verzadigd worden. Dan zullen jullie erkennen dat Ik de Heer, jullie God ben.

 

Ieder had zoveel verzameld als hij eten kon.

 

Mozes tegen het volk: niemand mag er van overlaten tot de volgende morgen. Maar zij luisterden niet en sommigen lieten over tot de volgende morgen. Toen zat het vol wormen en stonk het.

 

Wat is er nou zo fout aan?

Het volk Israël wilde eten. Daar is niets mis mee. Sterker nog, als je niet eet, ga je dood. Een verlangen naar eten is een natuurlijk en gezond verlangen dat God in ons gemaakt heeft.

God veroordeelde de Israëlieten niet voor het willen van brood. Het probleem was dat de Israëlieten eten wilden:

  • Op hun voorwaarden
  • En ze geloofden niet dat God er (voldoende) in zou voorzien

Het volk probeerde het lot in eigen hand te nemen. Omdat ze hulpeloos in de woestijn waren (ze konden niet veel doen om dat lot in eigen handen te nemen), kwamen ze niet verder dan klagen en mopperen.

 

Het verlangen van het volk ging niet slechts uit naar brood. Dat was slechts een dunne bedekking over het verlangen om zelf te beschikken over hun leven naar hun voorwaarden. Ze wilden brood en ze wilden het nu. Ze wilden de zekerheid van altijd genoeg hebben. Ze wilden meer en meer op elke gelegenheid die zich aandiende. Dit verlangen is niet het gezonde verlangen naar eten dat God in de mens heeft gelegd, dit is verlangen dat uitgegroeid is tot lust. Lust is een bijbels begrip wat vaak in verband gebracht wordt met seksuele verlangens, maar het kan de betekenis hebben van elk zondige buitensporige verlangen. Het is buitensporig omdat het nooit voldoening vindt. Er is nooit genoeg. Als het verlangen vervuld lijkt te worden, is er een zucht naar meer. (je ogen zijn groter dan je maag, all you can eat Wok restaurant)

 

Dat deze zondige verlangens bodemloos en er geen voldoening voor gevonden kan worden, gaat in tegen het idee dat de verlangens in basis goed zijn, maar op een juiste manier vervuld dienen te worden. Deze verkeerde redenering kan leiden tot twee valkuilen:

  1. een totale focus op het moeten vervullen van de verlangens.
  2. voeden van verlangens die gedood zouden moeten worden.

 

Zelfs als je je verlangens vervult met iets wat in de basis goed is (een partner die je verlangen naar liefde vervult), kan leiden tot het opeisen van zelfgerichte liefde dat onuitputtelijk blijkt.

 

De Israëlieten hadden één focus op dat moment: eten. Ze moesten dat hebben en het moest op hun manier en hun tijd gebeuren. Ze wilden dat alles (God, Mozes, woestijn) om hen heen op dat moment hen naar de pijpen zou gaan dansen zodat hun verlangens vervuld zouden worden.

 

Wat zijn dan de voorwaarden van God?

 

Terwijl het volk mopperde en klaagde tegen Mozes, deed God goed voor het volk. God zorgde als een vader voor zijn kinderen, ondanks hun ondankbaarheid en gebrek aan vertrouwen.

Het volk was helemaal gericht op eten en het gebrek eraan. God had iets anders voor ogen, Hij wilde hun hart.

God zegt dat Hij het volk

“op de proef zal stellen of het naar Mijn wet handelt.”

 

Dit is niet een vraag van God of het volk zijn regels zou kunnen naleven. Het gaat hier om de relatie die het volk met God heeft. Zal het volk God elke dag weer opnieuw kunnen vertrouwen voor het eten dat Hij zal geven?

De test was: Zou het volk voor Hem gaan, of voor het brood?

En iedereen had genoeg. Dat had niet te maken met de kwaliteiten van het volk om genoeg te verzamelen, maar met de vrijgevigheid en persoonlijke liefde van God (ieder persoon had genoeg).

 

Kon het volk er op vertrouwen dat dezelfde God die hen had bevrijd uit Egypte, hen ook elke dag een nieuwe portie eten zou geven dat genoeg zou zijn voor iedereen? Of zou het volk iets bewaren van het manna voor de volgende dag?

 

Sommigen verzamelden van het manna en hielden iets achter de hand voor de volgende dag. Er is toch niets mis met een beetje te bewaren.

 

Een tweede test kwam aan het einde van de week. Op de dag voor de sabbat – een dag van rust waarop het volk zich moest richten op God- , was het volk opgedragen om extra te verzamelen voor de volgende dag. In tegenstelling tot de andere dagen moest het volk nu juist wat bewaren.

 

Wat was het idee achter de wet die God opgaf voor het verzamelen van eten? Was het een regel om de regel. Met de regel maakte God het verzamelen van eten in de woestijn een gebeurtenis die het volk heel persoonlijk met God kon doormaken. Het zou een reis van vertrouwen worden. Het volk moest er elke keer als ze honger hadden op vertrouwen dat God zou voorzien. God had er voor kunnen kiezen om zoveel vogels en manna te geven dat en genoeg zou zijn voor de rest van de reis en dat het nooit zou bederven, maar Hij koos er voor om elke dag twee keer de tafel op te maken en het volk met Hem te laten eten. God zocht met de wet die Hij op dat moment gaf een relatie met het volk.

Maar het volk had liever een gigantische koelkast met levenslange voorraad gehad.

 

Daarom had Mozes ook gelijk toen hij zei: jullie zijn niet kwaad op mij, maar op God.

 

Wanneer mopper je?

 

De Israëlieten mopperden op God. Ze zeiden dat God hen de woestijn in geleid had om hen daar te laten sterven. Ze gingen er dus vanuit dat God verkeerde intenties heeft. Daar bovenop wilden ze niet naar Zijn voorwaarden leven.

 

Hoe zit dit met ons? Herkennen we dit in ons leven? Het kan zijn dat we afreageren op iets of iemand omdat we boos zijn op God.

 

Wat het volk noodzakelijk vond (eten) vinden wij vaak net zo redelijk klinken. Drie vragen om erachter te komen of we te maken hebben met veeleisende verlangens in ons leven waardoor we mopperen:

  1. Wanneer ben je  boos?
  2. Wanneer ben je bang?
  3. Wanneer wil je vluchten?

 

1 Wanneer ben je boos?

Boosheid uit zich in het overduidelijke als het luid, haatdragend en gewelddadig is. Maar in subtiele vorm uit het zich in humeurig zijn, chagrijnig, veroordelend, gefrustreerd, verdedigend, ongeduldig enz.

Boosheid heeft een oordeel: dit is niet juist/rechtvaardig/eerlijk. Zonde verblindt je zicht in dit oordeel. Je denkt recht op iets te hebben en je partner heeft ook ergens recht op. De man zegt recht op seks te hebben en de vrouw zegt recht op genegenheid te hebben. Als het recht van de een niet wordt ingewilligd, heeft hij/zij het recht om de ander verwijten te maken voor het gemis.

Mopperen betekent dat je recht hebt op iets, je staat er op dat je het krijgt. En als je het niet krijgt, heb je het recht om te klagen.

 

Een kort voorbeeld:

 

We (Bregitte en ik) zijn op zoek naar een huis om te kopen. We wonen 7 jaar in Beijum. Altijd met het idee; “misschien wonen we hier volgend jaar niet meer”. Half jaar geleden hadden we besloten dat dit niet een goede houding is. We willen ons vestigen en goed doen voor de plek waar we wonen. Daar hoort bij; een huis kopen. Nu we op zoek zijn en meerder keren een bod hebben uitgebracht, maar het op niets uitloopt raak ik ongeduldig. Ik merkte (anderen merkten het ook) dat ik humeurig was. Ik kwam er hierdoor achter dat ik het moeilijk vind om God te vertrouwen dat Hij ons leven leidt en de controle los te laten van het zelf bepalen wat goed is voor ons leven.

 

2 wanneer ben je bang?

 

In het extreme is angst verlammend. Maar meer subtiel kan het ook voorzichtigheid/overbezorgd/hypergevoelig/zorgen maken/perfectionisme zijn. Angst kan komen als je het gevoel hebt dat je het leven niet onder controle hebt of als het iets te riskant aanvoelt. Soms is een juiste hoeveelheid bang zijn op zijn plek. Een chirurg checkt een paar keer of hij de juiste procedure aanhoudt, zijn handen een paar keer wast enzovoorts, maar hij wordt erdoor niet verlamd zodat hij zijn mes niet normaal kan vasthouden.

Angst herhaalt het laatste gesprek dat je hebt gevoerd, het voorspelt de reactie van mensen met wie je in gesprek gaat. Angst maakt zich zorgen over wat mensen over je denken. Je wringt je in de juiste posities zodat je niet af zult gaan.

De tegenhanger van angst is verlangen. Je verlangt ergens naar, maar je bent bang het niet te krijgen. Of je hebt iets en je bent bang het te verliezen.

Dit is vruchtbare grond om te klagen.

3 wanneer wil je vluchten?

 

Vluchten wordt verleidelijk als het leven moeilijk wordt. In het extreme uit vluchtgedrag zich in verslavingen. Verslavingen van drugs, seks, gokken, eten. Meer subtiel uit het zich in het constant checken van sportuitslagen, mail, social media. Maar ook onnodig snacken, doelloos tv/internet, je verliezen in hobby’s en werk.

Zelfs religie kan een vlucht zijn. Omdat God soeverein is hoef ik me niet druk te maken over mijn pijn/verleden/verlies/teleurstelling.

Op zich hoeft er niet gelijk wat mis te zijn met vluchten. Het is goed om te vluchten voor de pijn van een wortelkanaalbehandeling. Of een donker steegje vermijden hoeft niet slecht te zijn. Maar als je regelmatig vluchtgedrag vertoont, waar loop je dan voor weg?

Wat is er zo pijnlijk, oncomfortabel, moeilijk voor je zodat je het uit de weg wilt gaan? Patronen van vluchtgedrag laten zien waar onze zondige verlangens naar uitgaan. Het laat namelijk zien waar we zo ontevreden mee zijn, zodat we daarvan weglopen.

 

Om erachter te komen wat er in ons hart leeft:

  • vraag de Heilige Geest om je hart te doorzoeken en dingen te openbaren
  • vraag een vriend eerlijk te zijn tegen je en je een spiegel voor te houden

 

Verleiding

 

verleiding test onze verlangens of het om natuurlijke verlangens gaat of om buitensporige.

 

Jakobus 1:14 Maar ieder mens wordt verzocht/verleid als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt.

 

Het verlangen/de begeerte is al in het hart aanwezig voordat de verleiding zich aandient.

 

Soms word je verleid om te mopperen vanwege tekortkoming (er lijkt niet genoeg van dat wat je wilt).

Soms word je verleid te mopperen vanwege een zucht naar meer (je verlangens kunnen niet gestild worden, want er is nooit genoeg).

 

De Israëlieten mopperden op Mozes omdat er niet genoeg eten leek te zijn. Daarmee kwam hun ongeloof naar boven dat God voorziet. Later toen God wel voorzag in eten, bleken hun verlangens niet gestild te kunnen worden; ze verzamelden meer dan ze op dat moment nodig hadden.

 

Jezus werd ook verleid in de woestijn. Na veertig dagen vasten had hij honger gekregen. Satan zei tegen Jezus: als jij de Zoon van God bent, maak dan van deze stenen brood.
Jezus antwoordde: men zal niet leven van brood alleen, maar van elk woord dat van God uitgaat (Deuteronomium 8:3).

 

Jezus ging niet door de knieën bij deze verleiding. Hij bleef God gehoorzamen.

Het doel van satan met de verleiding was niet om te testen of Jezus wel de zoon van God is, maar om aanbidding voor zichzelf te zoeken. Door niet in te gaan op de verleiding laat Jezus zien dat Hij het plan van God hoger achtte dan zijn eigen honger op dat moment. Hij wist dat Gods tijd zou komen en dat God zou voorzien. Daar hield Jezus aan vast. Hij had makkelijk van de stenen brood kunnen maken. Het was niet verkeerd om honger te hebben. Het zou ook niet verkeerd zijn om het vasten te stoppen en brood te maken van steen. De verleiding van Jezus in de woestijn laat zien dat toegeven aan de verleiding (hoe subtiel die ook lijkt) grote gevolgen heeft. Als we een deur openen voor kleine verleidingen, kunnen we niet verwachten de grote te overwinnen.

 

Christenen zijn geroepen op oorlog te voeren tegen de zonde. Met dezelfde kracht waarmee Jezus de verleiding te lijf ging. We moeten de zondige verlangens doden door de Geest. En we moeten onszelf voeden met de voldoening van Christus. We moeten een honger ontwikkelen voor Christus, want Hij alleen is bedoeld om ons hart te vullen tot genoegdoening.

 

Jezus is het Brood van het leven.

 

Jezus deed wonderen. Een ervan was dat Hij van 5 broden en 2 vissen een hele menigte te eten gaf. Hij vermenigvuldigde het brood en de vissen zodat iedereen meer dan genoeg had. De mensen bleven bij Jezus om meer van dit soort wonderen te zien en meer gratis eten te krijgen. Jezus wist dat de mensen het wonder niet snapten. Daarom zei Hij: werk niet voor brood dat zal vergaan, maar voor het brood dat blijft in het eeuwige leven. Daarna zegt Hij: Ik ben het brood van het leven, wie tot Mij komt, zal beslist niet honger hebben en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.

 

Jezus zegt hiermee dat Hij degene is die kan geven wat volledig voldoening geeft. Veel beter dan eten, geluk, liefde, status. Jezus is er niet om onze verlangens één voor één op onze voorwaarden in te lossen, maar Jezus vervult de verlangens op een manier die tijdelijke voldoening door brood en water te boven gaat.

 

Dagelijks voeden met het Brood van het leven.

 

De Israëlieten hadden honger. Dat was niet het punt.

 

Weten wie God is. Dat Hij goed is en zal voorzien. Daarop vertrouwen maakt dat je kunt vragen of God

Het brood had de Israëlieten beter gesmaakt als ze wisten dat het gegeven is door de God die hen gered heeft, die hen leidt naar een beter land en die van hen houdt.

 

Dit is niet een goedkoop antwoord. Ons antwoord op onze verlangens is Jezus. Hij vervult volledig en volmaakt. Maar wat als je verlangt naar een partner, maar het lukt niet om een geschikte man/vrouw te vinden. Beetje goedkoop om dan te zeggen: ‘Jezus is het antwoord, want Hij is het brood van het leven’. Het antwoord vinden we in God, in Wie Hij is. Hij is eeuwig goed, Hij zorgt voor ons en heeft ons leven in Zijn hand. Ook als het niet lijkt te gaan zoals we zouden willen.

Het antwoord is aanbidding. Dit is niet een kant-en-klaar, one size fits all, druk-op-de-knop, briefje-uit-de-hemel-antwoord. Zoek Hem voor Wie Hij is, niet voor de dingen die jij wilt hebben.

 

Romeinen 8:33 Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken.

 

In een relatie met die God, is er alle vrijheid om te vragen wat je wilt. God gaf het meest kostbare wat Hij heeft (Zijn Zoon). Dat is Zijn houding. Die houding mogen we zoeken in het vervullen van onze verlangens.

Maak je verlangens van je hart bekend bij Hem Die weet wat je nodig hebt.