Vroeger is nu

 

Zondag 14 december is het onderwerp van de preek gebaseerd op hoofdstuk 6 van Missional Essentials.

 

Hoofdstuk 6 – Vroeger is nu.

Je hoeft niet naar Afrika

 

In deze les:

Reflectie op les 5:       Hoor o Kerk!

Centrale thema:        De opkomst en ondergang van Christendom

Bijbelse reflectie:       Jeremia 29:1-9 (Ballingen in een vreemd land)

Lezen:                            We bevinden ons in een onbekende omgeving

Leesreflectie:               De verandering begrijpen

Missionaire actie:      Gods missionaire werk zien en er op reageren

 

 

Reflectie les 5: Hoor o kerk

  1. Bespreek kort hoe je de missionaire opdracht van vorige week hebt toegepast. Hoe heb je de Shema de afgelopen week in praktijk gebracht?

 

  1. Wat was  je “offer” van aanbidding voor God de afgelopen week?

 

  1. Welke andere overdenkingen had je over les vijf?

 

  1. Welke overdenkingen heb je over de andere ervaringen die in jouw groep zijn gedeeld?

 

 

De opkomst en ondergang van het Christendom

Christendom is de benaming die wordt gebruikt om de religieuze cultuur te omschrijven die de Westerse samenleving sinds de 4e eeuw heeft gedomineerd. Dit is vanaf het moment dat de Romeinse keizer Constantijn het Christelijke geloof de officiële religie in het Romeinse rijk maakte. Post-Christendom refereert naar de tijd na het Christendom, toen de kerk zijn positie van macht en invloed verloor. De opkomst en ondergang van het Christendom heeft een unieke mix van kwesties voor de huidige kerk opgeleverd.

 

  1. Kun je voorbeelden noemen van de invloed van het Christelijke geloof op de Europese (westerse) cultuur?

 

  1. Waaraan merken we de afnemende invloed van het Christelijke geloof op onze cultuur vandaag de dag?

 

Lees Jeremia 29:1-9 (Ballingen in een vreemd land)

 

Als we de ondergang van het Christendom beschouwen vanuit een bijbels perspectief, gebruiken veel mensen de metafoor van ballingschap.  Het is erg populair om de kerk in het huidige post-Christendom tijdperk te beschouwen als een kerk in ballingschap, net als het land Israël toen ze in gevangenschap leefden in Babylonië in 586 v.C. En er zijn zeker overeenkomsten tussen de huidige Christelijke gevoelens van verschuiving, onzekerheid en irrelevantie, met het zwoegen van de Joden in Babylon. Maar desondanks gaat de overeenkomst niet helemaal op. De vergelijking met ballingschap suggereert een verlangen om terug te gaan naar de oude situatie. De Joden in ballingschap hoopten dat er een tijd zou komen wanneer het verloren koningschap weer hersteld zou worden. Als we dit toepassen voor de kerk in het Post-Christendom tijdperk, zou het kunnen leiden tot een hoop voor terugkeer van het Christendom. Dit is niet wat de kerk, of zelfs de wereld, vandaag de dag nodig heeft.

 

In plaats daarvan zou de kerk beter af zijn door te kijken naar de woorden van Jeremia, de profeet die sprak ten tijde van de Babylonische ballingschap. Jeremia daagde de joden die in ballingschap genomen waren uit om het verlangen naar een hersteld Israël te weerstaan. Hij drong erop aan om de nieuwe situatie te accepteren als zijnde de wil van God en Gods zegen te vragen voor degenen die zij als hun vijanden beschouwen. Jeremia riep hen op om zich in te zetten voor bloei van de stad waar God hen naar toe had gestuurd als ballingen. (Jeremia 29:7)

 

Hoewel de kerk van vandaag een gevoel van ballingschap kent, doordat ze zich in een positie van onzekerheid en onbekendheid bevindt, moeten we niet terug verlangen naar eerdere tijden van het Christendom. God roept ons niet het oude te laten herleven, maar om deel te nemen aan iets geheel vernieuwend.

 

  1. Waar denk je aan bij het woord “balling”? Wat vind je van het gebruik van deze term als metafoor voor de huidige kerk?

 

  1. Welke invloed hebben de woorden van Jeremia op jouw denkbeeld over ballingschap?

 

  1. Welke vragen roepen deze passages op?

 

 

We bevinden ons op onbekend terrein

In de film “Wizard van Oz” realiseert de hoofdpersoon Dorothy zich bij haar eerste aankomst in Oz dat ze in een wereld is beland die op een vreemde manier totaal anders is. Op dat moment zegt ze tegen haar hond Toto de beroemde zin: “I’ve a feeling we’re not in Kansas anymore” (“Ik denk dat we niet langer in Kansas zijn.”). Haar nieuwe omgeving was voor Dorothy totaal onbekend. De mensen en plekken die kende bestonden niet meer.  Ze had geen idee waar ze zich bevond, maar een ding was zeker, alles was drastisch veranderd, ze bevond zich op onbekend terrein.

 

Een plek die op een vreemde manier anders is, is ook een beschrijving voor de omgeving waarin de kerk zich vandaag de dag bevindt. De wereld is schijnbaar zo snel en drastisch veranderd, zodanig dat veel kerken zich als ballingen in een vreemd land voelen. Net als Dorothy, herkennen veel kerken hun omgeving niet meer. Ze begrijpen niet helemaal wat er veranderd is, ze zien alleen dat de dingen niet meer zijn zoals ze ooit waren.

 

 

Van Christendom naar Post-Christendom

Er zijn talloze factoren die de veranderingen die we zien in de Westerse cultuur hebben beïnvloedt. Zaken als globalisatie, urbanisatie, postmodernisme en de opkomst van de informatietechnologie hebben allemaal invloed gehad op de kerk. Maar niets heeft de grondvesten van de kerk zo doen schudden in de laatste eeuwen als de opkomst en ondergang van het Christendom.

 

In 313 na Christus heeft de Romeinse keizer Constantijn het Christelijke geloof aangenomen als zijn persoonlijk geloof en besloten dat het Christelijke geloof ook het heidendom moest vervangen als het officiële geloof in het keizerrijk. Hij nodigde de kerk uit om uit de marge van de samenleving te komen, waar ze drie eeuwen had gewerkt, om hem te helpen met het kerstenen van zijn keizerrijk. Door de kerk veel middelen en voorrechten te geven, zette Constantijn een proces in beweging dat uiteindelijk ervoor zorgde dat heel Europa een Kerk-Staat verbinding kreeg die we nu kennen als het Christendom. Het is moeilijk om de gevolgen van Constantijns besluit op het Christelijke geloof te overschatten. Een paar verandering die plaats vonden:

  • Het uitgangspunt dat alle burgers bij geboorte christen waren
  • Kinderdoop als symbool van de verplichte opname in de christelijke samenleving
  • Verplichte kerkgang op zondag, met boetes bij het niet nakomen hiervan
  • Machtige kerkleiders, gesteund door de staat, zorgden dat een “orthodox” geloof voor iedereen het gemeenschappelijk geloof zou worden.
  • De bouw van massieve en rijk versierde kerkgebouwen
  • Een sterk onderscheid tussen de geestelijken en leken, en de degradatie van leken tot veelal een passieve rol
  • De toegenomen rijkdom van de kerk en de verplichting om de vereiste tienden te innen om het systeem te financieren
  • De opdeling van de wereld in “Christendom” en “Heidendom” en het voeren van oorlogen in de naam van Christus en de kerk
  • Het gebruik van politieke en militaire middelen om het Christelijke geloof op te leggen

 

Het effect van Christendom door de eeuwen heen was dat het Christelijke geloof veranderende van een dynamische, revolutionaire, sociale en spirituele beweging tot een statische religieuze institutie, met bijbehorende structuren, priesterschap en rituelen. Het Christelijke geloof veranderde van een manier van leven dat zeven dagen per week geleefd werd, tot een verplichting die werd ingelost door een dienst bij te wonen op een aangewezen tijdstip.

 

Halverwege de 20e eeuw werd echter duidelijk dat in Europa het Christendom in sterk verval was geraakt. Mensen begonnen de omschrijving “Post-Christendom” te gebruiken om te omschrijven hoe de kerk zijn sociale voorrechten verloren was. Ook werd deze term gebruikt om te verwijzen naar Westerse samenlevingen die zich niet meer als Christelijk beschouwden.

 

In het tijdperk van Post-Christendom is de kerk weer teruggeworpen naar de randen van de samenleving. Het heeft zijn positie van verhevenheid en controle verloren. Eens een meerderheid, is de kerk in het Post-Christendom een minderheid geworden. De verschuiving van verschoppeling naar controle en weer terug wordt weergegeven in onderstaand diagram

 

 

Het schema laat zien dat voor de keuze van Constantijn, het Romeinse keizerrijk de dominante factor in de samenleving was. De kerk was een kleine sekte, in de marge van de samenleving. Maar de kerk maakte wel aanzienlijke vorderingen in het keizerrijk. Gedurende het Christendom werd de kerk de dominante factor in de samenleving, hoewel aangetast door politieke en militaire krachten. Vandaag de dag is de kerk weer terug in de marge van de samenleving. Auteur Reggie McNeal beschreef deze transitie als “het is weer 30 na Christus”.

 

Het is belangrijk om te beseffen dat degenen die buiten de kerk stonden wel door hadden dat het Christendom aan het aftakelen was, maar velen in de kerk niet realiseerden dat de kerk zijn positie aan het verliezen was. Met als gevolg dat een groot deel van de kerk radeloos was ten aanzien van het bereiken van de veranderende plurale, postmoderne cultuur die weinig interesse had in de kerk.

 

Wat maakt het uit?

Nu komen we bij het belangrijkste punt in dit hele verhaal: de moeite die de kerk vandaag ondervindt om een plek te vinden in de huidige cultuur is grotendeels te wijten aan onze geschiedenis tijdens het Christendom. Veel leden van de kerk geloven nog steeds dat het Christelijke geloof veel invloed heeft en een rol van betekenis speelt in de maatschappij. Velen van ons hebben nog steeds de verkeerde aanname dat het Christendom springlevend is. En hoewel men in sommige delen van ons land nog vasthoudt aan de Christelijke normen en waarden, heeft het overgrote deel van de bevolking grote afstand genomen van de dingen die geassocieerd worden met de kerk. Volgens het overgrote deel van de mensen buiten de kerk is de kerk totaal irrelevant geworden.

 

Het verval van de Christelijke invloed in Nederland[1] wordt op verschillende manieren zichtbaar. Het duidelijkste kenmerk is de continue achteruitgang in het kerkbezoek. Maar het beperkt zich niet tot de kerkgang. Elke maatstaaf die gebruikt kan worden om de gezondheid van de kerk te peilen laat een achteruitgang zien. Bekijk het maar van alle kanten. Bekeerlingen. Dopelingen. Lidmaatschap. Verloop in leden. Betrokkenheid. Gaven. Religieuze onderwijs. Impact op de cultuur. Alles gaat achteruit.

 

Dit is de opmaat tot een enorm probleem. Terwijl de kerk steeds minder effectief is in het bereiken van een veranderende wereld, denken velen in de kerk nog steeds dat de kerk een centrale rol in het leven van de hedendaagse cultuur speelt. Dus in plaats van het aannemen van een sterkere missionaire visie in de kerk zoals besproken in Les 1, doen we de kerk  tekort door haar neer te zetten als een “plek waar bepaalde dingen gebeuren” en leven we in de verkeerde veronderstelling dat de mensen buiten de kerk wel geïnteresseerd zullen zijn. Maar zoals we zien in alle statistieken, is dat domweg niet het geval.

 

Terugkijkend naar de Wizard of Oz, is er later in de film een scene waarin Dorothy een appel uit de boom wil plukken. De boom pakt de appel vast en slaat Dorothy op haar hand. “Au!” roept Dorothy. Wat denk jij wel wat je aan het doen bent, vraagt de boom. We hebben een heel stuk gelopen en ik had trek”, zegt Dorothy. De boom antwoordt: “Nou, wat zou jij er van vinden als iemand langskwam en iets van jou af haalde?”. Dorothy antwoordt: “Oh nee, ik vergeet steeds dat ik niet meer in Kansas ben”.

 

Net als Dorothy moeten wij niet vergeten dat het religieuze landschap om ons drastisch veranderd is. We leven in een nieuw land. Soms kunnen we ons als ballingen in een onbekend vreemd land voelen, maar in tegenstelling tot veel ballingen, zouden wij niet moeten terugverlangen naar wat ooit was. In tegendeel, laten we proberen om leven en vitaliteit te brengen naar het land waar God ons heeft gestuurd. Laten we bidden en ons inspannen om Gods koninkrijk te brengen naar de steden en plaatsen waar wij wonen.

 

Het is misschien een bittere pil, maar de realiteit is: Nederland is geen Christelijk land. En hoe eerder we dat kunnen accepteren, des te eerder kunnen we ons weer inzetten als de revolutionaire, missionaire beweging die voor ons is voorgeleefd door de vroege kerk. We moeten beseffen dat het inderdaad weer 30 jaar na Christus is!

 

 

De verandering begrijpen

  1. Welke veranderingen zijn volgens jou de meest beschadigende veranderingen geweest bij het besluit van Constantijn om het Christelijke geloof de officiële religie te maken.?
    Waarom?

 

  1. Welke erfenissen uit het vroegere Christendom zie je vandaag de dag nog?

 

  1. Wat zijn voor jou de duidelijkste tekenen dat we in een post-Christendom cultuur leven?

 

  1. Hoe helpt het schema (op blz. 4) jou om je voor te stellen welke verandering er heeft plaatsgevonden? Zou je nog iets willen toevoegen aan dit figuur?

 

  1. Welke invloed zou dit hoofdstuk kunnen hebben op jouw levenswijze? Hoe zou het de manier zoals je kerk in relatie staat tot de buitenwereld kunnen beïnvloeden?

 

  1. Welke vragen heb je over dit hoofdstuk? Welke delen hebben je uitgedaagd of overtuigd? Zijn er dingen die je niet kunt plaatsen of waar je het mee oneens bent?

 

Zien van en reageren op Gods missionaire werk.

Iemand heeft eens gezegd dat, pas als we volledig doordrongen zijn van het feit dat we in een Post-Christendom, post-Christelijk land leven, zal de kerk in staat zijn de nodige veranderingen te door te voeren.

 

  1. Wees je deze week bewust  van voorbeelden die voor jou duidelijk een teken zijn van de post-Christendom cultuur. Wat hoor je in gesprekken? Op televisie? In films? In andere media? Schrijf ze op.

 

 

  1. Schrijf op wat jij moet veranderen om je leven te kunnen leven als zendeling in een onbekend, post-Christendom land. Welke stappen neem je om de eerste verandering ook daadwerkelijk uit te voeren?

 

 

  1. Schrijf de veranderingen op die je kerk zou moeten doorvoeren om aan te sluiten bij degenen die niet langer geïnteresseerd meer zijn in de dingen van de kerk. Welke stappen ga jij nemen om de kerk te helpen deze eerste veranderingen door te voeren?

 

 

 

 


[1] In de oorspronkelijke, Engelse, versie van dit boek wordt gesproken over de Verenigde Staten. Wij hebben dit vertaald naar de Nederlandse situatie.