Ze hadden alles gemeenschappelijk

Emmanuel legt in deel 2 van de miniserie uit wat “alles gemeenschappelijk hebben” betekent en hoe we de eerste gemeente hierin kunnen volgen.

 

Samenvatten vorige keer + doel miniserie

In veel Bijbels het kopje “Leven van de eerste gemeente”.

Als Bijbelgetrouwe christenen zien we in de eerste kerk een voorbeeld en rolmodel: wat zij hadden, willen wij ook!

We richten ons vaak op de zng. “geestelijke dingen” in dit stuk: wonderen, tekenen, bijbelstudie, vurig gebed.

Allemaal goede en nodige zaken, maar er worden nog meer eigenschappen van deze eerste kerk verteld die minstens zo belangrijk zijn, maar die we vaak vergeten, over het hoofd zien…

Een van die eigenschappen, hebben we vorige keer gezien, was “samen eten”.

Vandaag gaan we kijken naar een andere eigenschap die wordt genoemd, en dat is “dat ze alles gemeenschappelijk hadden”.

 


Handelingen 2:41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze [wijdden zich] aan het onderricht van de apostelen, aan de gemeenschap, aan het breken van het brood en aan het gebed.

43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, [waren samen] en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

“Ze hadden alles gemeenschappelijk”  – later wordt dit aspect nog verder belicht.

Handelingen 4 De groep mensen die het geloof had aanvaard, [was één van hart en één van ziel]. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk. 33 De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk (“Gods genade over hen was groot”). 34 Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen 35 en legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld.

36 Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent. 37 Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht. (Niet allemaal in gelijke mate genereus, maar verscheidenheid in gaven)

 


1. “Ze hadden alles gemeenschappelijk”

Geen sociaal-economisch model, een soort van “christelijk-communistisch” stelsel, waarin niemand meer mag hebben dan de ander iedere vorm van privébezit verboden is, etc.

De gebeurtenis met Ananias en Safira, die gelijk op deze passage volgt, maakt dat heel duidelijk:

(Ananias verkoopt een stuk land, doet alsof hij al zijn geld naar de apostelen brengt, maar houdt een deel achter)

Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden? 4 Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde?”

“Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom” (staat er)

lett. “Niemand zei dat iets van hemzelf was, maar alles was gemeenschappelijk eigendom voor hen.”

Oftewel: ze hadden wel persoonlijke bezittingen, maar die bezittingen waren niet belangrijker dan kerk, de groep mensen waar ze deel van uitmaakten.

Er wordt dus iets duidelijk gemaakt over het hart van de kerk, de cultuur.

Het wordt zelfs expliciet duidelijk gemaakt!

“De groep mensen die het geloof had aanvaard, [was één van hart en één van ziel].”

wijdden zich aan de gemeenschap

ze kwamen trouw en eensgezind bij elkaar

-> ze zagen zichzelf niet als een verzameling van individuen, maar als een éénheid, een groep mensen die bij elkaar hoorden en verantwoordelijkheid voor elkaar hadden

toewijding

In de krant interview met ondernemer

“Ik verwacht niet van mijn klanten dat ze trouw zijn, maar dat ze gaan naar degene met het beste product…Ik moet er dus voor zorgen dat ik steeds het beste product heb”.

Op dezelfde manier kijken veel mensen (ook christenen) naar kerk: “welke kerk heeft het beste product?”

Als er een kerk is met een “beter product”, dan ga je daar naar toe.

Een consumentenhart waarin “ik” en “mijn wensen” en “bezit” centraal staan, i.p.v. het belang van de ander en van elkaar.

Opvallend: apostel Paulus aan kerk in Korinthe schrijft beroemde “ode aan de liefde”

“Al ware het dat ik de talen van mensen en engelen sprak, maar had ik de liefde niet, ik ware schallend koper/../

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. 5 Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, 6 ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. 7 Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.

8 De liefde zal nooit vergaan…

Gaat niet over romantische liefde, maar over hoe mensen met elkaar omgaan als gemeente, als kerk.

Niet voor niets staat het midden tussen twee gedeeltes die gaan over praktische kerk-zaken en over de gaven van de geest

Gaat over cultuur en het hart van de kerk.

 


2. Hoe wisten ze van elkaar dat er “iemand met gebrek” was?

Dat is gewoon een vraag die mij bezighield.

Armoede = schaamte (voor bewijs, zie oproep die ik enige tijd geleden deed)

In de meeste culturen is armoede schaamte en in veel culturen wordt het gezien als de straf van God of goden.

Zelfs onder christenen, die toch beter zouden moeten weten, werd en wordt armoede dikwijls gezien als de straf van God.

met een beetje voorstellingsvermogen en inlegkunde zou je kunnen bedenken dat:

Openheid in relaties

Vriendschap

Vertrouwen om dingen te delen die

Opmerkzaamheid

Als Paulus in de Korinthe-brief schrijft over hoe de kerk functioneert als een lichaam zegt hij ook iets over schaamte…

1 Kor. 12:12 Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook 13 Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. 14 Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele. 

/…/ 21 Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig,’ en het hoofd kan dat evenmin tegen de voeten zeggen. 22 Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken zijn het meest noodzakelijk. 23 De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken, behandelen we zorgvuldiger en met meer respect 24 dan die waarvoor we ons niet schamen. Die hebben dat niet nodig. God heeft ons lichaam zo samengesteld dat de delen die het nodig hebben ook zorgvuldiger behandeld worden, 25 zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen. 

 


3. Gods genade is zichtbaar aan het werk

a. “De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk. [punt] Niemand onder hen leed enig gebrek.”

b. “De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus en [er was] grote genade onder hen. Want (!) er was geen enkel persoon met gebrek onder hen.

Lukas legt een direct verband tussen:

Genade (van God) – werkt doordat mensen met elkaar delen – niemand heeft gebrek

vergelijk: Jakobus geloof – werken /geloof – ik bid wel voor je

Vorige keer hadden we het over eten en mensen een plek geven aan jouw tafel, met als motivatie dat God degene is die ons in zijn genade een plek aan zijn tafel heeft gegeven.

Hier geldt hetzelfde:

2 Kor. 8 Jullie kennen de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van jullie arm geworden opdat jullie door zijn armoede rijk zouden worden.

 


4. Verscheidenheid in gaven en levensstijl

Sommige mensen hadden veel, andere weinig. Uiteindelijk had niemand gebrek

basis – iedereen gastvrij en ruimhartig. gastvrijheid is een bijbelse opdracht aan alle leden.

Maar sommige mensen zijn bovenmate gastvrij en ruimhartig, excelleren hierin, en hebben zelfs een bijnaam! (Barnabas, zoon van vertroosting)

Gastvrijheid wordt zelfs genoemd als een geestelijke gaven

“Een lichaam bestaat uit vele verschillende leden” (1 Kor. 12) 

Als we allemaal hetzelfde zouden doen, als we allemaal oog zijn, waar is dan de rest van het lichaam?

Oftewel, een gezonde kerk blinkt als geheel uit in gastvrijheid en vrijgevigheid, maar binnen de kerk zijn er mensen die nog meer dan alle andere uitblinken in gastvrijheid en vrijgevigheid.

 


5. Veel meer te zeggen, tijd te kort, maar een van de dingen die ik jullie niet wil onthouden

is dat zorgen voor elkaar en geven alles te maken heeft met lofprijs aan God.

Paulus schrijft in een van zijn brieven: “Uw bijdrage aan de collecte heft immers niet alleen het gebrek van de heiligen in Jeruzalem op, maar leidt er bovendien toe dat ze God uitbundig danken. 13 Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen. 14 In hun gebed voor u spreken ze hun verlangen naar u uit, omdat ze zien hoe overstelpend goed God voor u is geweest.” (2 Kor. 9)

 


Zorg voor de armen (binnen de kerk) en daarmee vrijgevigheid zijn zo belangrijk dat het als enige “verplichting” genoemd wordt.

Galaten 2:6 De belangrijkste broeders – hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens – hebben mij tot niets verplicht. (heel verhaal…)

10 Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet.

Geen enkele verplichting, behalve zorgen voor elkaar!

MIJN PUNT = Zo belangrijk is dat dus!

 


Toepassing

 

1. Mindset 

Moderne mindset: consumeren, materialistisch, individualistisch

een van hart en ziel, toegewijd, trouw, de broers en zussen die Jezus mij geeft, zijn belangrijker dan mijn spullen

 

2. Goede relaties, openheid

Denk niet: armoede bestaat niet

armoede is allereerst financieel en economisch, maar niet alleen.

Relational Mission, de familie van kerken waar we bij horen definieert armoede als: gebrek aan keuzevrijheid en de mogelijkheid om een waardig bestaan te leiden

• het gaat niet alleen om geld, maar om meer levensgebieden

• het gaat er om mee te kunnen doen in je éigen samenleving

financiële armoede heeft vaak (niet altijd) ook andere soorten armoede als gevolg

relationele armoede – gebrek aan goede vrienden en een sociaal netwerk

kansarmoede – weinig geld betekent: achterstelling of uitsluiting op het vlak van opleiding en vorming, huisvesting, welzijn en gezondheid, vrijetijdsbesteding en cultuur, politieke en sociale zeggingskracht.

3. Gods genade wordt zichtbaar en tastbaar door wat wij doen – geloof zonder goede werken is dood!

4. Wees gastvrij, ruimhartig en gul voor elkaar 

5. Geven leidt tot eer van God: oftewel geven is leuk!